Sneak Preview: De Aanslag – David Baldacci

Voorpublicatie van de nieuwste thriller van David Baldacci: “De Aanslag”

.1.

Opgewonden door de ophanden zijnde moord zette Doug Jacobs zijn headset op en schakelde het beeldscherm van zijn computer in. Het beeld was kristalhelder, bijna alsof hij ter plaatse was. Maar hij was heel blij dat dat niet zo was.
‘Ter plaatse’ was duizenden kilometers bij hem vandaan, maar dat zou je niet zeggen als je naar het scherm keek. Voor geen goud zou hij daar naartoe

gaan. En trouwens, er waren veel mensen die veel beter waren in dat werk. Zo meteen zou hij met een van hen kort contact hebben. Jacobs keek even naar de vier muren en naar het ene raam van zijn kantoor in deze zonnige wijk van Washington D.C. Aan de buitenkant zag het lage stenen gebouw er heel gewoon uit, het stond in een multifunctionele wijk waar ook historische woonhuizen stonden, in verschillende stadia van verval of renovatie. Sommige delen van Jacobs’ pand waren echter helemaal niet gewoon. Het dikke stalen toegangshek bijvoorbeeld, en het hoge hek rondom het terrein. In de gangen van het gebouw patrouilleerden gewapende bewakers en bewakingscamera’s hielden de buitenkant in de gaten. Maar buiten wees niets op wat er binnen gebeurde. En binnen gebeurde heel veel.

Jacobs pakte zijn beker verse koffie waar hij zojuist drie zakjes suiker in had gedaan. Hij moest uiterst geconcentreerd naar het beeldscherm kijken. Suiker en cafeïne hielpen hem daarbij. Dat paste wel bij de emotionele kick die hij over slechts enkele minuten zou krijgen. Hij praatte in zijn headset. ‘Alpha One, bevestig locatie,’ zei hij kortaf. Hij realiseerde zich dat hij klonk als een luchtverkeersleider die het luchtruim probeerde veilig te houden. Ach, op een bepaalde manier ben ik dat ook. Alleen is ons doel tijdens elke vlucht de dood.
Hij kreeg bijna meteen antwoord. ‘Locatie Alpha One zevenhonderd meter ten westen van doelwit. Zesde verdieping van de oostkant van het flatgebouw, vierde raam van links. Als je inzoomt, zou je net het einde van mijn geweerloop moeten kunnen zien.’ Jacobs boog zich naar voren en bewoog zijn muis. Hij zoomde in op de livesatellietbeelden van deze verre stad waar zoveel vijanden van de Verenigde Staten woonden. Hij liet de cursor over de rand van het raamkozijn zweven en zag het uiterste puntje van een lange geluiddemper die op een geweerloop was geschroefd. Het geweer was een op bestelling gemaakt wapen dat op grote afstand kon doden. Tenminste, als hij door iemand met een ervaren hand en oog werd gehanteerd. En dat was nu het geval.

‘Begrepen, Alpha One. Klaar om te schieten?’
‘Ja. Alle variabelen in telescoopvizier ingevoerd. Dradenkruis op doelwit gericht. Akoestische reflectiedemper ingesteld. Ondergaande zon achter me en schijnt in hun gezicht. Geen optische reflecties. Klaar om te schieten.’
‘Oké, Alpha One.’ Jacobs keek op zijn horloge. ‘Plaatselijke tijd bij jou zeventienhonderd?’
‘Op de minuut af. Update stand van zaken?’
Deze informatie haalde Jacobs van een subscherm. ‘Op schema. Doelwit arriveert over vijf minuten. Hij stapt aan de trottoirkant uit de limo. Volgens schema blijft hij één minuut op de stoep staan om vragen te beantwoorden. Daarna heeft hij tien seconden nodig om het gebouw in te gaan.’
‘Tien seconden lopen bevestigd?’
‘Bevestigd,’ zei Jacobs. ‘Maar het interview kan langer duren dan één minuut. Je kunt naar eigen inzicht handelen.’
‘Begrepen.’
Jacobs keek nog een paar minuten naar het scherm en toen zag hij ze. ‘Oké, de stoet auto’s komt eraan.’
‘Ik zie hem. Ik heb prima zicht. Geen obstakels.’
‘De menigte?’
‘Ik heb het afgelopen uur de bewegingspatronen van de mensen bekeken. De beveiliging heeft de zaak afgezet. Ze hebben het pad dat hij zal nemen gemarkeerd, het lijkt wel een verlichte landingsbaan.’
‘Ja, dat zie ik nu ook.’
Jacobs vond het heerlijk als hij op de eerste rang zat zonder dat hij zich daadwerkelijk in de gevarenzone bevond. Hij kreeg beter betaald dan degene aan de andere kant van de lijn. In een bepaald opzicht sloeg dat helemaal nergens
op. De schutter was ter plekke, en als ze miste of niet op tijd weg was, dan was ze dood. En hier zou niemand ook maar enige betrokkenheid toegeven, maar alles gewoon ontkennen. De schutter had geen documenten, geen geloofsbrieven,
geen identiteitsbewijs die iets anders bewezen. De schutter zou op zichzelf zijn aangewezen. En in het land waar deze aanslag plaatsvond, zou de schutter worden opgehangen. Of wellicht onthoofd. Ondertussen zat Jacobs hoog en droog hier, en kreeg hij ook nog eens meer geld. Maar hij dacht: er zijn heel veel mensen die raak kunnen schieten en weg kunnen komen. Ik ben degene die de geopolitieke narigheid voor deze klojo’s moet oplossen. Alles hangt af van de voorbereiding. En ik ben elke cent dubbel en dwars waard.
Jacobs praatte weer in zijn headset. ‘Doelwit komt eraan. Limo stopt zo.’
‘Begrepen.’
‘Geef me zestig seconden de tijd voordat je wilt schieten. Dan gaan we op radiostilte.’
‘Akkoord.’
Jacobs verstevigde zijn greep om zijn muis, alsof het een trekker was. Tijdens drone-aanvallen had hij inderdaad met zijn muis geklikt en gezien dat een doelwit in een vlammenzee verdween. De fabrikant van de computerhardware had waarschijnlijk nooit gedacht dat zijn apparaten dáárvoor zouden worden gebruikt. Hij ging sneller ademhalen, ook al wist hij dat de schutter juist langzamer zou ademen, bijna zou ophouden met ademhalen, want dat was nodig voor een
langeafstandsschot als dit. Er was geen enkele foutmarge. Het schot moest het doelwit raken en doden. Zo simpel was dat.
De limo stopte. De beveiligers openden het portier. Lijvige, zwetende mannen met pistolen en oortjes in keken overal om zich heen op zoek naar gevaar. Ze waren vrij goed. Maar vrij goed was niet voldoende als je het moest opnemen
tegen uitmuntend. En iedere man die Jacobs op pad stuurde was uitmuntend.
De man stapte op het trottoir en kneep zijn ogen tot spleetjes tegen het licht van de ondergaande zon. Ferat Ahmadi was een megalomaan die een problematisch, gewelddadig land langs een nog duisterder pad wilde leiden. Dat konden ze niet laten gebeuren. Dus was het tijd om dit probleempje in de kiem te smoren. In het land stonden andere mensen klaar om het over te nemen. Zij waren minder kwaadaardig dan hij was, en beter te manipuleren door geciviliseerdere landen. Meer
kon je niet verwachten in de complexe wereld van tegenwoordig, waar bondgenoten en vijanden wekelijks leken te veranderen. Maar dat was Jacobs’ probleem niet. Hij was hier alleen maar om een opdracht uit te voeren, een dodelijke opdracht.

Toen hoorde hij twee woorden via zijn headset. ‘Zestig seconden.’
‘Begrepen, Alpha One,’ zei Jacobs. Hij zei niet zoiets stoms als ‘veel geluk’. Geluk had hier niets mee te maken.
Hij activeerde een aftelklok op zijn computerscherm. Hij keek naar het doelwit en daarna naar de klok. Jacobs zag dat Ahmadi met de journalisten praatte. Hij nam een slok koffie, zette zijn beker neer en bleef kijken toen Ahmadi de van tevoren afgesproken vragen beantwoordde. De man liep bij de journalisten vandaan die door het beveiligingsteam werden tegengehouden. Het afgezette pad werd zichtbaar. Ahmadi liep er alleen overheen, zodat de fotografen foto’s konden maken. Het was zo geënsceneerd dat zijn leiderschap en zijn moed zouden blijken. Het was ook een bres in de beveiliging die er op grondniveau niet veel toe leek te doen. Maar voor een ervaren scherpschutter die zich op een hogere positie
bevond, was die vergelijkbaar met een gapend gat van vijftig meter in de zijwand van een schip waar een schijnwerper van een miljard watt op gericht was.

Twintig seconden werden tien. Jacobs begon in gedachten af te tellen, met zijn ogen aan het beeldscherm gekluisterd. Dode man arriveert, dacht hij. Het was bijna zover. Missie nagenoeg voltooid en daarna zou hij zich bezighouden
met het volgende doelwit. Tenminste, nadat hij had genoten van een lekkere biefstuk en zijn favoriete cocktail, en nadat hij tegenover zijn collega’s had opgeschept over zijn laatste geslaagde actie.

Drie seconden werden één.
Jacobs zag niets meer, alleen het scherm. Hij was volledig gefocust, alsof hij het schot zelf zou afvuren. Het raam versplinterde. De kogel drong Jacobs’ rug binnen, nadat hij zich door zijn ergonomische stoel had geboord, schoot door zijn lichaam en kwam via zijn borst weer naar buiten. Hij eindigde in het beeldscherm, terwijl Ferat Ahmadi ongedeerd het gebouw binnenliep. Doug Jacobs zakte daarentegen op de grond. Geen lekkere biefstuk. Geen favoriete cocktail. Geen opschepperij, nooit meer.

Dode man gearriveerd.

·2·
Hij jogde door het park met een rugzak om. Het was bijna zeven uur ’s avonds. De lucht was helder en de zon ging bijna onder. Taxi’s toeterden. Voetgangers liepen na hun werk snel naar huis. Rijtuigen met ingespannen paarden stonden in een rij voor het Ritz-Carlton. Ierse koetsiers met versleten hoge hoed wachtten op een nieuw vrachtje terwijl de schemering inviel. Hun paarden stampten op het wegdek en staken hun grote hoofd in hun voederzak.
Dit was centrum Manhattan in volle glorie; het heden en het verleden vloeiden in elkaar over als schuchtere vreemdelingen op een feestje. Will Robie keek niet naar links of naar rechts. Hij was al heel vaak in New York geweest. Hij was al heel vaak in Central Park geweest. Hij was hier niet als toerist. Hij ging nooit ergens als toerist naartoe. Hij had zijn capuchon over zijn hoofd getrokken en stevig vastgemaakt, zodat zijn gezicht niet te zien was. In Central Park wemelde het van de bewakingscamera’s en daar wilde hij niet op te zien zijn.
De brug was een eindje verderop. Toen hij daar aankwam, bleef hij staan en rende op zijn plaats om af te koelen. De deur was in de rots gebouwd. Die zat op slot. Hij had een klopsleutel en even later zat de deur niet meer op slot.
Hij glipte naar binnen en deed de deur weer achter zich op slot. Hij bevond zich in een opslagruimte annex elektriciteitskast die werd gebruikt door de gemeentewerkers die ervoor zorgden dat Central Park schoon en verlicht bleef. Ze waren al naar huis en zouden niet eerder terug zijn dan de volgende ochtend om acht uur. Daardoor had hij meer dan voldoende tijd om te doen wat gedaan moest worden.

Robie deed zijn rugzak af en ritste hem open, daarin zat alles wat hij nodig had voor zijn werk. Hij was kort geleden veertig geworden. Hij was ongeveer een meter vijfentachtig en woog bijna tweeëntachtig kilo, waarvan veel meer spieren dan vet. Hij was pezig gespierd. Hij had helemaal niets aan grote spieren. Daar werd hij alleen maar trager van, terwijl snelheid juist essentieel was. Er zaten een paar onderdelen in zijn rugzak en een paar minuten later had hij drie ervan in elk elkaar gezet tot één voorwerp dat een uitermate gespecialiseerd doel had.
Een scherpschuttersgeweer.
Het vierde onderdeel was even belangrijk voor hem. Zijn telescoop.
Deze schoof hij in de Picatinny-gleuf boven op zijn geweer. In gedachten liep hij elk detail van zijn plan twintig keer door, zowel het schot dat hij moest afvuren als zijn veilige aftocht die er hopelijk op volgde. Hij had alles al in zijn geheugen geprent, maar hij wilde het kunnen dromen zodat hij niet meer hoefde na te denken en het alleen nog hoefde te doen. Dat zou kostbare seconden schelen. Al met al zou het ongeveer negentig minuten in beslag nemen. Daarna ging hij eten: een fles energiedrank en een proteïnereep. Dit was Will Robies invulling van een vrijdagavondafspraakje met zichzelf.
Hij ging op de betonnen vloer liggen, legde zijn rugzak onder zijn hoofd en ging slapen. Over tien uur en elf minuten moest hij aan het werk. Terwijl andere mensen van zijn leeftijd naar hun vrouw en kinderen thuis gingen, gingen stappen met collega’s of misschien een date hadden, lag Robie in zijn eentje in een veredelde kast in Central Park te wachten tot iemand opdook zodat Robie hem kon doden. Hij kon stilstaan bij zijn huidige leven zonder dat dat een bevredigend antwoord zou opleveren, of het gewoon negeren. Hij besloot het te negeren. Hoewel dat misschien niet meer zo gemakkelijk ging als vroeger. Toch had hij er geen enkele moeite mee in slaap te vallen. En hij zou er geen enkele moeite mee hebben wakker te worden. En dat deed hij, negen uren later. Het was ochtend. Net na zessen. Nu kwam de volgende belangrijke stap. Robies gezichtsveld. Sterker nog, dat was het allerbelangrijkste. Hij zat in de opslagruimte en keek naar de witte, stenen muur met brede voegen. Maar toen hij die beter bekeek, zag hij dat er twee gaten in de voegen zaten, waardoor je naar buiten kon kijken. De gaten waren echter dichtgemaakt met een strip kneedbaar materiaal dat op voegsel leek. Dit alles was een week geleden gedaan door een team dat zich had voorgedaan als een reparatieploeg in het park. Robie pakte met een pincet het ene uiteinde van de strip vast en trok die uit de voeg los. Nadat hij dit nog een keer had gedaan, waren de beide gaten open. Robie stak zijn geweerloop in het onderste gat, maar er niet helemaal doorheen. Deze stand zou de hoek sterk beperken, maar daar kon hij niets aan veranderen. Hij moest het er maar mee doen. De omstandigheden waaronder hij werkte waren nooit perfect.

Zijn telescoop paste precies in het bovenste gat, en het uiteinde rustte stevig op de cementen voeg. Nu kon hij zien waar hij op richtte. Robie keek erdoorheen en stelde de omgevingsfactoren en alle andere gegevens in die zijn taak zouden beïnvloeden. De mantel van de geluiddemper was aangepast aan de loop en de munitie die hij gebruikte. De mantel zou de vlam in de loop en de sonische signatuur dempen, en hij zou fysiek terugslaan tegen de geweerlade zodat de geluiddemper zo kort mogelijk kon zijn.
Hij keek op zijn horloge. Nog tien minuten.
Hij deed zijn oortje in en bevestigde de accu aan zijn riem. Zijn communicatieset was nu actief. Hij keek weer door de telescoop. Het dradenkruis lag op een bepaalde plek in het park.
Doordat hij zijn geweerloop niet kon verplaatsen, zou Robie zijn doelwit maar een fractie van een seconde kunnen zien en dan moest hij de trekker overhalen. Als hij ook maar een milliseconde te laat was, zou het doelwit het overleven.
Als hij ook maar een milliseconde te vroeg was, zou het doelwit het overleven. Robie liet zich door die foutmarge niet van de wijs brengen. Natuurlijk had hij wel missies uitgevoerd die gemakkelijker waren. Maar ook die moeilijker
waren.
Hij haalde diep adem en ontspande zijn spieren. Normaal gesproken zou hij iemand op de uitkijk hebben gezet. Maar Robies recente ervaringen met partners in het veld waren rampzalig geweest en hij had er om die reden op gestaan deze in zijn eentje te doen. Als het doelwit niet zou komen, of een andere route nam, zou Robie via zijn communicatieset de opdracht krijgen zich terug te trekken.
Hij keek de kleine ruimte rond. Hij zou hier nog een paar minuten langer blijven en hem daarna nooit meer terugzien. Maar als hij de boel verknalde, was dit misschien wel de laatste plek die hij zag. Hij keek weer op zijn horloge. Nog twee minuten. Hij bleef nog even van zijn geweer af. Als hij het wapen te snel zou vastpakken, zouden zijn spieren stijf worden en zijn reflexen te traag, terwijl hij juist flexibel en soepel moest zijn. Vijfenveertig seconden voordat zijn doelwit zou verschijnen, knielde hij, drukte zijn oog tegen de telescoop en legde zijn vinger om de trekker. Zijn oortje was stil gebleven. Dat betekende dat zijn doelwit onderweg was. De opdracht ging door.

Hij zou niet weer op zijn horloge kijken. Zijn inwendige klok liep even precies als een Zwitsers uurwerk. Hij keek geconcentreerd door zijn lens.
Een telescoop was geweldig, maar luisterde ook heel nauw. Je kon een doelwit in een fractie van een seconde kwijt zijn en dan verstreken er kostbare seconden voordat je hem terugvond; mislukking gegarandeerd. Hij had zijn eigen
methode om dat te voorkomen. Dertig seconden voordat het doelwit verscheen, begon hij langzamer uit te ademen; daardoor vertraagden zijn ademhaling en hartslag, ademhaling na lange ademhaling. Hij streefde naar cold zero: afwijking nul, dat het eerste schot precies op de juiste plek terechtkwam waardoor de dood bijna altijd meteen intrad. Geen trillende vinger, geen tic in zijn hand, geen dwalende blik. Robie kon zijn doelwit niet horen. Hij kon hem nog niet zien.
Maar binnen tien seconden zou hij hem zowel kunnen horen als kunnen zien. En dan had hij maar een milliseconde om zijn doelwit te vinden en te schieten. Zijn inwendige computer gaf de laatste seconde aan. Zijn vinger schoof naar de trekker. En als dat eenmaal gebeurde, betekende dat in de wereld van Will Robie dat er geen weg terug was.

·3·
De man die aan het hardlopen was, maakte zich geen zorgen om zijn veiligheid. Daar betaalde hij anderen voor. Een verstandiger man had zich misschien gerealiseerd dat niemand een leven belangrijker vond dan degene van wie dat leven was. Maar hij was niet echt een verstandige man. Hij was in aanvaring gekomen met machtige politieke vijanden, en daar zou hij zo meteen voor moeten boeten. Hij bleef hardlopen, zijn slanke lichaam ging op en neer. Hij was omringd door vier mannen, twee iets voor en twee iets achter hem. Ze waren fit en dynamisch en moesten zich alle vier wat inhouden om zich aan zijn tempo aan te passen.

De vijf mannen hadden ongeveer dezelfde lengte en lichaamsbouw, en droegen identieke zwarte hardloopkleding. Dat was bewust gedaan, omdat ze nu vijf mogelijke doelwitten vormden in plaats van één. Hun armen en benen bewogen in hetzelfde ritme, en hun hoofd en lichaam bewogen gelijkmatig, maar allemaal in een iets andere hoek. Dit alles was een nachtmerrie voor iemand die een langeafstandsschot wilde wagen.
Bovendien droeg de man in het midden een lichtgewicht kogelvrij vest dat vrijwel elke kogel zou tegenhouden. Alleen een hoofdschot zou gegarandeerd dodelijk zijn, maar zonder telescoop zou een hoofdschot vanaf welke afstand dan ook een probleem zijn. Daarvoor waren er te veel fysieke obstakels. En ze hadden spionnen in het park; iedereen die er verdacht uitzag of iets opvallends bij zich had, werd aangehouden en vastgehouden tot de man voorbij was. Tot nu toe was dit twee keer voorgekomen en vaker niet.
Maar de vier mannen waren echte profs en ze gingen ervan uit dat er ondanks al hun voorzorgsmaatregelen toch iemand op de loer kon liggen. Ze bleven om zich heen kijken en waren erop voorbereid dat ze van de ene op de andere seconde snel moesten ingrijpen.
Het pad vóór hen maakte een bocht, en op een bepaalde manier was dat positief. Die brak het gezichtsveld van een potentiële scherpschutter en een volgende zou de man pas na tien meter weer in het vizier krijgen. Hoewel ze getraind
waren om dit niet te doen, ontspanden de mannen zich een heel klein beetje. Ondanks de geluiddemper maakte de kogel toch nog zoveel geluid dat een paar over de grond trippelende duiven met klapwiekende vleugels en protesterende kreten opvlogen.

De man die zich in het midden van de hardlopers bevond, viel voorover. Waar zijn gezicht was geweest, zat nu een gapend gat. De van grote afstand afgevuurde 7.62mm kogel had een verbijsterende kinetische energie opgebouwd. Hoe groter de afstand was die een kogel aflegde, hoe meer energie hij opbouwde. Wanneer een kogel ten slotte een vast voorwerp raakt, zoals het hoofd van een mens, was het resultaat verwoestend. De vier mannen keken ongelovig naar de man die ze moesten beschermen en nu op de grond lag. Zijn zwarte hardloopkleding was doordrenkt van bloed, hersenen en menselijk weefsel. Ze trokken hun pistool en keken om zich heen op zoek naar de schutter. De hoofdbewaker zei iets in zijn telefoon, riep versterking op. Ze waren niet langer een protectieteam. Ze waren een wraakteam.
Alleen was er niemand op wie ze zich konden wreken.

Er was een telescoop gebruikt, en alle vier de mannen vroegen zich af hoe dat mogelijk was, uitgerekend in de bocht van het pad. De enige mensen die ze zagen waren andere joggers en wandelaars. Geen van hen kon een verborgen geweer bij zich hebben. Ze waren allemaal blijven staan en keken vol afschuw naar de man die op de grond lag. Als ze hadden geweten wie hij was, zou hun afschuw zijn omgeslagen in opluchting. Will Robie nam zelfs geen seconde de tijd om na te genieten van het schot dat hij zojuist had afgevuurd. De spanningen op de loop van zijn geweer en dus op dit schot waren gigantisch geweest. Het was net zoiets als het kinderspelletje Sla de Mol. Je wist nooit wanneer het doelwit uit zijn hol opdook. Maar Robie had het vanaf een grote afstand gedaan met een scherpschuttersgeweer, niet met een speelgoedhamertje. En zijn doelwit was geen mol. Zijn doelwit kon terugschieten.

Hij pakte de strips kneedbaar materiaal die waren gebruikt om de voegspecie te vervangen. Hij haalde een fles met verharder uit zijn rugzak en vermengde die met een beetje poeder uit een andere fles. Hij wreef het mengsel op de uiteinden en de zijkant van de strips en drukte ze in de gaten. Binnen twee minuten zou het mengsel hard zijn geworden, opgaan in het voegsel en zou niemand de strip er ooit nog uit kunnen krijgen. Daarmee was in wezen zijn gezichtsveld verdwenen, als de assistente van een goochelaar in een kist. Met de rugzak op zijn rug haalde hij onder het lopen zijn wapen uit elkaar. In het midden van het vertrek was een met een deksel afgesloten mangat. Onder Central Park liepen talloze  tunnels; enkele waren gebruikt tijdens de aanleg van een oude ondergrondse spoorlijn, andere fungeerden als riolerings- en waterleidingbuizen, en weer andere waren aangelegd voor onbekende doeleinden en vervolgens vergeten.

Robie zou via een ingewikkelde route door de tunnels zorgen dat hij maakte dat hij daar wegkwam. Nadat hij zich in het gat had laten zakken, schoof hij het deksel weer op zijn plaats. In het licht van zijn zaklamp klauterde hij langs
een ijzeren ladder naar beneden en tien meter lager raakten zijn voeten stevige aarde. De route die hij moest volgen zat in zijn hoofd. Geen enkele informatie over een missie werd ooit opgeschreven. Alles wat was opgeschreven, kon worden
ontdekt als Robie in plaats van zijn doelwit zou sterven. Zelfs voor Robie, die een uitstekend kortetermijngeheugen had, was dit een lastige klus geweest. Hij bewoog zich doelbewust, nooit te traag of te snel. Hij had de loop van zijn
geweer dichtgesmeerd met de sneldrogende substantie en in een van de tunnels gegooid; een constante vloed snelstromend water zou de loop meenemen naar de East River waar hij in de vergetelheid zou wegzinken. En zelfs als iemand
hem ooit zou vinden, dan zou hij door de dichtgestopte loop ongeschikt zijn voor ballistisch onderzoek.
De geweerlade gooide hij in een andere tunnel, onder een omgevallen stapel stenen die eruitzagen alsof ze hier al honderd jaar lagen, en dat was waarschijnlijk ook zo. Zelfs als de geweerlade werd gevonden, kon hij niet worden
herleid tot de kogel die zojuist zijn doelwit had gedood. Niet zonder de slagpin die Robie al in zijn zak had gestopt.
Het rook hier beneden niet aangenaam. Er liep bijna achtduizend kilometer aan tunnels onder Manhattan, opmerkelijk voor een eiland waar geen enkele actieve mijn, van welke soort ook, te vinden was. In de tunnels lagen leidingen
die dagelijks miljoenen liters drinkwater naar de dichtstbevolkte stad van de VS aanvoerden. Andere tunnels voerden het rioolwater van de stad, dat door diezelfde inwoners was geproduceerd, af naar gigantische rioolzuiveringsinstallaties.
Robie liep een uur lang in hetzelfde tempo door. Toen het uur om was, keek hij op en zag het. De ladder met de tekst tnupdnie. ‘Eindpunt’, maar dan achterstevoren geschreven. Hij glimlachte niet om dit stomme grapje. Iemand vermoorden was een ernstige zaak. Hij had niet bepaald een reden om vrolijk te zijn.
Hij trok een blauwe overall aan en zette een van de helmen op die aan een spijker aan de tunnelwand hingen. Met zijn rugzak om klom hij via de ladder naar boven en klauterde uit de opening. Robie was helemaal ondergronds van het centrum naar een buitenwijk gelopen. Hij was veel liever met de ondergrondse gegaan. Hij liep door naar een afzetting rondom een gat in de weg. Mannen, die net als hij een blauwe overall droegen, waren daar met het een of andere project bezig. Het verkeer reed om hen heen, auto’s toeterden. Mensen liepen op de trottoirs.
Het leven ging door.
Behalve voor die kerel in het park.


Lees “De Aanslag” van David Baldacci zelf!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.