Interview met Cees Smit, auteur van “Krijg ik nog een zoen van je?”

Het boek “Krijg ik nog een zoen van je?” maakte zo een indruk op me, dat ik de auteur benaderde om wat vragen te stellen over het hoe en waarom van deze titel. De auteur, Cees Smit, was graag bereid om mee te werken aan een interview.

Het boek bevat een groot aantal verwijzingen naar de werkelijkheid, de locatie van het hospice in het boek komt overeen met de werkelijkheid, de opdracht voorafgaand aan het verhaal en de herkenbaarheid. Daarnaast maakt hij geen geheim van zijn achtergrond: geboren in 1946 in Utrecht als oudste zoon van een jong ondernemers-echtpaar dat zes kinderen kreeg. Op 19-jarige leeftijd, in het eindexamenjaar van de Handelsdagschool geconfronteerd met een plotselinge, ernstige verslechtering van zijn gezichtsvermogen. Twintig jaar was hij volledig blind.

Toch bleef hij, ondanks zijn blindheid werken als personeelsfunctionaris, en vervulde hij zijn vrije tijd als vrijwilliger, onder meer als treasurer van een organisatie voor blinde sporters. Deze bond hield zich bezig met het opstellen van de spelregels van 16 paralympische sporten. Daarnaast zet hij zich in voor vele andere organisaties die zich inzetten voor de belangen van visueel gehandicapten.

We mailen met Cees Smit en spreken hem later via de telefoon.

Gezien de intensiteit van het boek, ligt de eerste vraag voor de hand:

Lekkerlezen: Het boek is erg aangrijpend. Wat heeft u aangezet om “Krijg ik nog een zoen van je?” te schrijven?

Cees Smit: In de zomer van 2006 is een schoonzusje van mij overleden in een hospice. Zelf wist ik niet precies wat een hospice in detail betekende. het verblijf heeft haar -hoe gek het ook klinkt- zeer goed gedaan. Ik was geïmponeerd door de liefde die zij kreeg van de vrijwilligers. Zij sprak daarover ook haar bewondering uit tegen mij.
Enkele maanden later stond ik bij haar graf en een stemmetje in mij zei mij (niet vroeg mij): schrijf een boek over het hospice. Je hebt wellicht zelf ook wel eens een ervaring gehad dat inwendig een stemmetje iets tegen je zei. Nu, aan die opdracht -want zo heb ik dat opgevat- heb ik gevolg gegeven. Ik ben wel hobbels tegengekomen, maar die ben ik overkomen. Soms zit het mee, soms zit het tegen, maar het lijkt er hier op dat meer meezit, dan tegenzit.

LL: De opdracht voor in het boek, de bestemming van de opbrengsten en het daadwerkelijk bestaan van een hospice in Utrecht duiden er allemaal op dat het verhaal op echte gebeurtenissen berust. Klopt dit?
CS: Helemaal niet. Voorin het boek heb ik gezegd dat het een fictief verhaal is. het is compleet verzonnen, maar de gebeurtenissen in het boek zou iedereen zo maar kunnen overkomen. Ik ben al door vele lezers aangeklampt die éénm van de gebeurtenissen zelf heeft meegemaakt. Om die reden denk ik dat het boek ook door zoveel mensen in één of twee keer wordt uitgelezen. Je zit zo in het verhaal en je wilt weten hoe het afloopt is een veel gehoorde kreet van lezers.
De locaties zijn allemaal echt. Die heb ik nagetrokken of laten natrekken. Zelfs de begane grond in het ziekenhuis te Gouda waar de vader van David stierf is correct. Ik had die plek oorspronkelijk op de tweede etage neergezet, maar bij navraag bleek, dat daar destijds de nonnetjes sliepen? je ziet dus, alles klopt qua locaties.

LL: Geen enkel autobiografisch element?
CS: Het (verhaal) is volledig fictie. Ik heb er bewust voor gekozen om iedere schijn van ervaringen van welk familielid dan ook te vermijden.

LL: Welk aspect van de hospices heeft de meeste indruk op u gemaakt?
CS: De aandacht en tijd die vrijwilligers besteden aan hun gasten. Ik heb zelf mijn hele leven als credo: tijd, aandacht en belangstelling voor elkaar. Dat heb ik zo vaak gebruikt in mijn werk ls personeelsfunctionaris. Wellicht is dat credo het geheim dat ik bij tientallen probleemdossiers altijd succes had om beide partijen e bewegen goed uit elkaar te gaan.
Hoe vaak heb ik niet gehoord: Je bent de eerste, Cees, die eens goed naar mij luistert! Hoe triest, moet ik dan constateren, is het dat mensen nauwelijks tijd, aandacht of belangstelling voor elkaar hebben. Uiteraard geldt dit niet voor iedereen, maar toch . . . . . . . het geeft je te denken.

LL: U heeft de opbrengsten bestemd voor de Stichting VPTZ. Waarom dit doel en niet een ander “zorgdoel”?
CS: In eerste instantie had ik het idee om de opbrengst alleen voor de hospices Zoetermeer (daar is het idee eigenlijk min of meer ontstaan) en Utrecht (daar heb ik verschillende keren gesproken met vrijwilligers en heb ik een rondleiding door het hospice gemaakt om te gebruiken in mijn verhaal).
Later, toen ik met de VPTZ in Bunnik had gesproken, heb ik besloten om het landelijk in te steken. Mijn uitgever toonde zich bereid om een website te openen voor dit doel. Uiteindelijk mag hij er best aan verdienen, maar ik heb vanaf het eerste moment gezegd dat ik er zelf geen eurocent aan wil verdienen. Ik zie het als een missie, waar ik al 16 maanden mee bezig ben.

LL: Kunt u iets meer over deze stichting vertellen?
CS: Het lijkt mij het beste wanneer je zelf een kijkje neemt op de website: www.vptz.nl Daar staat de nodige informatie. Zoals vele sites zitten die boordevol met gegevens. Ook op mijn site staat een item VPTZ en daar staan in het kort de meest belangrijkste gegevens.

Hoewel we het liever in zijn eigen bewoordingen hadden gehoord is het internet (natuurlijk) inderdaad een goede bron van informatie. De essentie van de stichting laat zich samenvatten met de eigen missie: ‘Aan een ieder in de laatste levensfase en diens naasten bieden vrijwilligers,daar waar nodig, aandacht, nabijheid, en ondersteuning’.

In hospices (ook bekend als bijna-thuis-huis) kunnen mensen de laatste fase van hun leven andere vertrouwde omgeving doorbrengen zoals een hospice/bijna-thuis-huis. Daar worden ze dag en nacht omringd en verzorgd door partner, kinderen, familieleden of vrienden. Juist met het einde van hun leven in zicht hebben mensen behoefte aan een luisterend oor. Vaak zijn er geen medische redenen om mensen in hun laatste levensfase tot aan het eind in een ziekenhuis te verzorgen. In een omgeving die mensen zelf kiezen zoals thuis of in een hospice/ bijna-thuis-huis kan iedereen uit de directe omgeving helpen om het leven waardig af te sluiten. Dan is hulp van mens tot mens van onschatbare waarde en onvervangbaar.

De Vrijwilligers Palliatieve Terminale zorg ondersteunen familieleden en andere mantelzorgers, en nemen de tijd om de ernstig zieke mens en familie waar nodig te ondersteunen. Zij bieden deze bijzondere vorm van palliatieve terminale zorg zowel thuis, als in een hospice/bijna-thuis-huis. In Nederland zijn ruim 200 plaatselijke VPTZ organisaties. In bijna elke gemeente is de hulp van Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg beschikbaar. Ook als een ongeneeslijk ziek familielid in een ziekenhuis ligt, maar de laatste fase van zijn leven graag thuis wil zijn of op een plek die daar zoveel mogelijk op lijkt zoals een hospice/bijna-thuis-huis.

We wenden ons weer tot Cees Smit.

LL: Heeft u een bepaalde doelstelling (“target”) die u met dit boek enst te halen, bijvoorbeeld minimaal € 10.000 voor de stichting?
CS: Mijn droom is 5.000 exemplaren te verkopen. Dat heb ik vanaf het begin steeds gezegd. Mijn vrouw bijvoorbeeld (die het boek
als eerste heeft gelezen) lachte mij in het begin uit en zei dat ik er nog geen 500 zou verkopen. Nu, inmiddels zijn dat er meer dan 3.200 zwartdruk en 530 gesproken boeken. Ik moet er dus nog 1.800 gaan. een bedrag had ik niet voor ogen. Vorige week (eind oktober, LL) heb ik met de uiitgever gekeken naar de eerste opbrengst. Die zal ik aanstaande maandag aan Hans Bart, directeur van de VPTZ, bekendmaken. Dat bedrag nadert al heel aardig het bedrag dat je in je vraag stelde.
Nog steeds zeg ik tegen iedereen: dit is nog maar het begin.

LL: Bent u zelf vrijwilliger in de Palliatieve Zorg?
CS: Neen, maar ik heb al meer dan dertig jaar vele vrijwilligerswerkzaamheden naast mijn full-time baan als personeelsfunctionaris verricht.
Het is wel iets wat ik overweeg, want tijdens de research hoorde ik van een hospice in Veenendaal, en daar blijkt een mevrouw te werken die ook blind is. Dus als blinde kun je een aantal taken goed doen. Een luisterend oor is natuurlijk iets dat je heel goed kunt doen. Dus het is wel iets dat ik overweeg.

LL: Bent u niet bang dat dit erg zwaar is?
CS: In mijn werksituatie was één van mijn pijlers: probleemdossiers. Dat kwam dan bij mij, om het op te lossen, dus ik denk dat ik een goed luisterend oor heb, ervaring en mensenkennis. Dus ik denk wel dat ik het zou kunnen. Mensen hebben gevraagd of er een nieuw boek komt, maar dan wil ik wel meelopen met de VPTZ.

Tenslotte vertellen we hem dat ook wij ons (kleine) steentje willen bijdragen, door alle eventuele opbrengsten van dit boek (verkoopcommissie) over te maken aan de stichting.

CS: Echt in één woord: GEWELDIG!!
Bij het lezen van je recensie heb je volgens mij aangevoeld dat dit boek met het hart is geschreven. steeds heb ik mij in de personen van het verhaal ingebeeld en dan dacht ik: wat zou ik nu elf doen wanneer ik in een dergelijke situatie verzeild zou zijn.
Mijn diepe wens is dat dit verhaal verfilmd zou kunnen worden. het zou absoluut vele mensen aanspreken. Ik probeer het werk van het hospice en de vrijwilligers naar voren te schuiven. het is toch zo elangrijk om mensen die aan het einde van hun leven staan en geen goede mogelijkheid hebben om in alle liefde naar hun einde toe te leven, de mogelijkheid van een hospice aan te kunnen bieden.
Veel mensen weten nog niet eens wat een hospice is.
Verder zou ik een pleidooi voor de televisie willen geven voor het boek, maar ja, dan moet je echt kruiwagens hebben om binnen te komen:
maar wie weet . . . . zeg nooit neen. Die 5.000 haal ik heus wel, daar ben ik van overtuigd. Die doelstelling moet ik kunnen halen.

Ook verteld dhr. Smit ons dat hij hoopt dat hij alle vrijwilligers een (gesponsord) exemplaar van het boek wil geven, inclusief de vrijwilligers van Mappa Mundo, een hospice voor kinderen. In deze hospices komen vrijwilligers steeds een week achter elkaar, omdat het voor kinderen geen nut heeft als ze steeds iemand voor 4 uur krijgen. Deze vrijwilligers besteden steeds een volledige week! Cees Smit heeft gelukkig een geldschieter gevonden die dit bedankje voor de vrijwilligers van Mappa Mundo wil financieren, maar er zijn nog vele andere vrijwilligers die een dergelijk bedankje verdienen.

Wat ons betreft verdient dit project alle ondersteuning die het kan krijgen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.