Janneke Jonkman over “Vederlicht”

Janneke Jonkman signeertRecentelijk is het op autobiografische elementen gebaseerde boek van Janneke Jonkman bij Uitgeverij de Arbeiderspers verschenen. Vederlicht beschrijft haar vroege jeugd op de balletacademie en de wijze waarop ze probeert met haar balletverleden in het reine probeert te komen. Het boek handelt niet slechts over dansen en de wereld van het ballet. Het heeft een diepere laag die handelt over de psychologische invloed die de wereld van het ballet op het leven, denken en voelen van jonge dansers heeft. Lekkerlezen.net interviewde Janneke Jonkman over haar nieuwste boek.

Wat dreef je om dit boek te schrijven?

Ik denk dat ik altijd het idee gehad heb iets te doen met mijn danstijd. Er moest een tijd overheen gaan om de gebeurtenissen en mijn ervaringen goed te kunnen plaatsen. Ik heb er bewust een roman van gemaakt zodat ik kon uitzoomen op mijn gevoelens en gedachten, anders zit je er te dicht op.

Bovendien heb ik altijd gedacht dat ik de enige was die zo overgevoelig was en de ervaringen zo met zich mee droeg. Maar op de reünie sprak ik oud-klasgenoten die het er ook moeilijk mee hebben gehad. Zij waren er zelfs erger aan toe dan ik, psychologisch gezien, ze hadden anorexia gehad of gebruikten anti-depressiva. Na die reünie wilde ik ons verhaal, van de jonge dansers vertellen. Het is niet bedoeld als aanklacht tegen de school of docenten, ik heb niemand willen beschuldigen. Het is de beschrijving hoe je als kind zoiets kunt beleven omdat je dan nog zo ontvankelijk en kneedbaar in de wereld staat.

De wereld waarin je opgroeide, komt op mij over als een haast geïsoleerde wereld. Ervaarde je dat zelf ook zo?


Het frappante is hoe je je als jong meisje in de wereld van het ballet begeeft. Je bent dan nog zo kneedbaar en zo afhankelijk. Je wilt aardig gevonden worden en goed. Je bent constant op zoek naar bevestiging. Ik was nooit jaloers maar ik was wel blij als ik van de vierde naar de derde rij mocht. We waren solidair met elkaar. Als je nog maar een kind bent, dan spreek je niet over je zorgen, je hebt de neiging je groot te houden maar diep van binnen broeit het. Je streeft naar erkenning, vooral van degene van wie je het niet krijgt.

Klaas Woudstra is een van de docenten die in het boek terugkomen. In het begin is hij niet zo aardig, later is hij aardiger. Hij houdt niet van jonge kinderen. De docenten hebben een aparte manier waarop ze met kinderen omgaan. Als docent zit je al snel in een machtsverhouding en daar moet je mee kunnen omgaan. Daar moet je als docent geen misbruik van maken maar blijkbaar is het lastig om de grens te bewaken. Als je in dat wereldje zit, dan vind je dat normaal. Pas als je eruit stapt, dan zie je dat het ook anders kan. Als je alleen maar aan het dansen bent en aan het werk, dan heb je geen tijd of overzicht om het objectief te kunnen beoordelen. Dat maakt het een klein wereldje.

Niet alle docenten zijn zo. De een had moeite met deze docent, een andere weer met een andere. Bij zo’n topsport als ballet liggen de verhoudingen nu eenmaal anders. De lat ligt enorm hoog, je moet ook aan het beeld voldoen. De afhankelijkheidsrelatie met zo’n docent kon je maken of breken. Een professional kan dat dan ook moeilijk loslaten, zeker als je daar sinds jong kind al aan gewend bent.

Wat vond je het moeilijkste aan het schrijven van dit boek?

Het schrijven zelf vond ik niet zo moeilijk, het boek heb ik intuïtief geschreven. Het boek is ontstaan zonder dat ik dacht aan wie het zouden gaan lezen. Pas aan het einde toen het af was, dacht ik: ik kom nu met een boek dat een stuk persoonlijker is dan mijn voorgaande boeken. Opeens dacht ik ook aan de eventuele reacties en dat is best lastig.

Het moment van het loslaten van het boek is heel moeilijk. Je bent redelijk geïsoleerd aan het werk en dan lijkt het iets dat alleen voor jezelf is. Pas later besef je dat het boek de wereld in gaat.

Hoe ontstaat bij jou het idee voor het schrijven van een boek?

Dat wisselt per boek. Dit boek is ontstaan door de reünie, door de interviews die ik met oud-klasgenoten heb gehouden. Het zijn toch wel thema’s waar je mee bezig bent.

Wat voor boeken lees je zelf het liefste?

Ik ben een eclectische lezer. Als ik een boek goed vind, wil dat nog niet zeggen dat ik alles goed vind van die schrijver of auteur. Misschien kun je wel stellen dat ik een lichte voorkeur heb voor de schrijfster Josepha Mendels. Als jong meisje werd ik gegrepen door haar ‘Als wind en rook’. Zo’n mooi intuïtief boek. Ik vind het belangrijk als een boek een bepaalde sfeer oproept.

Wat wil je nog kwijt over je boek?

Iedereen heeft zijn verhaal. Zo hoef je niet perse op die balletacademie gezeten te hebben om een verhaal te hebben. De meesten van ons vechten met innerlijke demonen. Sommigen gaan dat gevecht misschien makkelijker aan dan anderen. Ik denk dat het zin heeft bij jezelf naar binnen te gaan en je af te vragen bij dingen die je zijn overkomen: Wat was mijn rol daarin?

Mensen die het dansvak ingaan, ervaren de vrijheid in stappen. Oude wonden van vroeger hoef je niet altijd mee te dragen maar kunnen wel lang hun impact houden. Hierdoor heb je het gevoel dat je toch nog iets uit te vechten hebt.

Het schrijven voelde werkelijk als een afsluiting van die periode in mijn leven. Een groot gedeelte had ik al verwerkt voordat ik met het schrijven van Vederlicht begon. Wat me vooral troostte was dat ik niet de enige was. Als kind had ik me zo afgesloten gevoeld van de rest en nu voelde ik me meer dan ooit verbonden. Ik hoop dat het ook zoiets voor de lezers kan betekenen.


Janneke Jonkman debuteerde in 2001 met Soms mis je me nooit. Daarna volgden De droomfotograaf (2004) en Verboden te twijfelen (2006). In mei 2009 verscheen haar nieuwste roman Vederlicht.

“Vederlicht” zelf lezen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.