Leesvaardigheid in 5 stadia (volgens Maryanne Wolf)

Leren lezen is moeilijk, Maryanne Wolf schreef hierover een boek en definieert vijf stadia van leesvaardigheid die elk kind moet doorlopen.

Vorige week schreef ik al een artikel over vloeiend leren lezen. Dat leverde de nodige reacties op. Daarom dit keer een artikel over de vijf stadia in het ontwikkelen van leesvaardigheid die elk kind moet doorlopen.

Zoals ook al in het artikel over vloeiend lezen naar voren kwam is lezen meer dan één enkele vaardigheid die met de tijd groeit. Om goed te leren lezen, moet een kind verschillende vaardigheden aanleren. Dit gebeurt niet op de een of andere dag en gebeurt ook niet vanzelf. Om te leren lezen is oefening nodig en (vakkundige) les.

Maryanne Wolf schreef een boek genaamd “Proust and the Squid”, waarin ze ingaat op het “Lezende brein”. Zij definieerde vijf stadia in de ontwikkeling van leesvaardigheid. Bij elk van deze stadia ligt, aldus Wolf, een zware verantwoordelijkheid op de schouders van de leraar. Want omdat het enorm moeilijk is om te leren lezen, moeten taalleraren continu blijven aanmoedigen en verleiden. Alleen wanneer een kind lezen leuk vindt, is het gemotiveerd om volop in het lezende bestaan te duiken: “Het kind (..) moet vaken een oprecht gevoelde aanmoediging ervaren van leraren, mentoren en ouders om een poging te wagen met moeilijker leesmateriaal”.

Leesvaardigheid, de vijf fases

De opkomende pre-lezer (emerging pre-reader)

Dit is het eerste stadium van leesvaardigheid. Normaal gesproken begint dit stadium rond de 6e levensmaand en duurt deze tot de leeftijd van 6 jaar. Gedurende deze fase leest het kind niet zelf, maar zit het op schoot bij pappa, mamma, opa, oma en anderen en wordt het voorgelezen. Al luisterend neemt het kind allerlei klanken in zich op en leert het de betekenis van woorden, plaatjes, concepten. Langzaam begint het kind te spreken. Hoewel je zou denken dat er in deze fase nog geen enkele leesvaardigheid aanwezig is, wordt hier wel het fundament onder het taalbegrip gelegd dat voor het goed kunnen lezen essentieel is.

Aan het eind van deze fase heeft het kind een basaal begrip van wat lezen is en kan het doen alsof het leest, het vertelt het verhaal uit het geheugen, terwijl het naar de pagina’s kijkt van een bekend boek.

De beginnende lezer (novice reader)

Het echte werk begint in deze fase, die normaal gesproken van het 6e tot 7e levensjaar duurt. Het kind leert de letters herkennen en ontdekt welke klanken erbij horen. Wolf: “Ongeacht de literaire omgeving, ongeacht de manier van onderricht, de taak voor elke beginnende lezer is te leren om geschreven symbolen te herkennen en te ontcijferen. Daarom moet het kind beginnen het alfabet te begrijpen, iets wat onze voorouders duizenden jaren heeft gekost.”

Het begint ook te begrijpen wat de link is tussen een geschreven en een gesproken woord. Het kind leest vooral eenvoudige woorden die veelgebruikt worden en fonetisch niet al te raar in elkaar zitten. De meeste woorden zijn slechts één lettergreep lang.

“Langzaam beginnen ze te leren kortere klanken te begrijpen en deze te vormen naar lettergrepen en woorden. Deze vaardigheid is een van de beste voorspellers van de toekomstige vorderingen in de leesvaardigheid van het kind.”

Bij het voorlezen krijgt het kind teksten aangeboden die moeilijker zijn dan het zelf kan lezen, waardoor het ingewikkeldere taalpatronen leert, zijn woordenschat uitbreidt en nieuwe concepten leert kennen. Zo breidt het kind zijn vocabulaire uit tot ongeveer 4000 woorden (waarvan het er 600 kan lezen).

De ontcijferende lezer (the decoding reader)

Ergens in de leeftijd tussen 7 en 9 jaar is het kind instaat om die kriebeltjes op het papier te vertalen. Het kan inmiddels eenvoudige en bekende verhalen met enige vloeiendheid lezen: “Wanneer je luistert naar een kind dat de fase van ontcijferende lezer heeft bereikt ‘hoor’ je het verschil. Weg zijn de pijnlijke (maar interessante) uitspraak-fouten. In plaats daarvan komt het geluid van een meer vloeiende lezer met zelfvertrouwen, een lezer die op het punt staat een vloeiend lezer te worden.

Hiertoe combineert het kind een aantal basale decoderingselementen, kennis van hoe woorden eruit zien en bekende betekenissen. Het kind krijgt direct les in het ontcijferen van tekst en wordt blootgesteld aan een breed scala aan bekend voorkomend en interessant leesvoer.

Ook in deze fase wordt het kind voorgelezen op een niveau wat het zelf niet aankan om zich te blijven ontwikkelen. Daardoor kan het aan het eind van dit stadium ongeveer 3000 woorden lezen (en kent het er in totaal ongeveer 9000).

De vloeiende, begrijpende lezer (fluent, comprehending reader)

Als het goed is, ontwikkelt de leesvaardigheid van een kind zich verder dan het technisch correct kunnen lezen. Ergens tussen de 9 en 15 jaar oud bereikt het kind de fase van het vloeiende en begrijpende lezen. Het lezen wordt nu gebruikt om nieuwe ideëen op te doen, nieuwe gevoelens te leren kennen en nieuwe meningen op te doen.

Het kind krijgt nu ook lesboeken in andere vakken, met inhoud (en woorden) die het nog niet kent. Het kind gaat actief op zoek naar de betekenis van termen die het nog niet kent en in het onderwijs wordt de leerling, door gerichte vraagstelling, geprikkeld om de tekst goed te doorgronden en te begrijpen. In deze fase begint lezen efficiënter te worden dan luisteren: “De lezer die deze fase bereikt bouwt aan zijn kennisarsenaal en is geneigd om van elke bron te kunnen leren”.

Voor taalleraren doet zich in deze fase een gevaarlijk risico voor, want de kinderen kunnen de tekst soms heel vloeiend voorlezen, zonder te begrijpen wat er staat. Een docent die niet oplet, kan zo (onterecht) het gevoel hebben dat het kind begrijpt wat er staat, terwijl het allee n heel effectief is in het decoderen van het schrift.

De lees-expert (expert reader)

Ergens rond de 16e verjaardag is de lezer volgens Wolf een lees-expert. Het kind (de jongvolwassene) kan alles lezen en begrijpen. Bovendien kan het hierover vertellen en kan de opgedane kennis toegepast worden. Is het daarmee nu gedaan, wat betreft leesvaardigheids-ontwikkeling?

Nee, zegt Wolf: “Er is geen eind aan het ontwikkelen van leesvaardigheid. Het eindeloze verhaal van het lezen blijft zich voortbewegen. Het gaat verder dan oog, tong, het woord en de schrijver en zoekt naar een nieuwe plaats waar: “De waarheid doorbreekt, fris en groen, waarbij het elke keer het brein van de lezer verandert.”

Over Jeroen L

Eén van de oprichters van LekkerLezen.net. In het dagelijks leven actief als bedrijfskundige/docent, 's avonds het liefst met de neus in een goed boek!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.