Heeft de literatuurdocent een lezersidentiteit?

Een echte lezer ziet zichzelf ook als een lezer. Dat noemen we een lezersidentiteit. Maar hoe ontwikkelt een literatuurleraar zijn lezers-identiteit?

Voor veel van ons is het literatuuronderwijs, als onderdeel van de verschillende talen die we op school kregen, erg belangrijk geweest in het vormen van onze identiteit als lezer. Maar hoe zit dat eigenlijk met de leraar zelf? Waar haalt deze zijn of haar identiteit vandaan? Als leraar heb je namelijk een dubbele rol. Je bent een lezer, met je eigen smaak en voorkeuren, maar je bent ook een onderwijsprofessional. En in die laatste rol moet je boeken bespreken die misschien helemaal niet jouw smaak zijn.

Een ongemakkelijke vraag

Shelby Boehm, een Amerikaanse taaldocent uit Florida (VS) bezocht een sessie met vakgenoten en kreeg door de spreker de vraag gesteld: “Wat heb jij recent gelezen”. Ze vertelt dat de vraag haar overviel. Ze was daarin niet de enige, want niemand bleek een antwoord paraat te hebben. Alle aanwezigen, allemaal literatuurdocenten, hadden al heel lang niets gelezen. Te druk, was de algemene stemming.

Boehm vertelt dat ze zich betrapt voelde, dat ze niet voldeed. Dat ze een nepperd was. Want hoe kun je studenten ertoe aanzetten om meer te lezen, wanneer je zelf amper een boek openslaat.

Als lezen belangrijk voor je is, maak je er tijd voor

De docent die voor de groep stond was niet verbaasd. Hij stelde de vraag om bewustwording te creëeren, en wist dit te gebruiken om het gesprek aan te gaan over hoe we ons allemaal druk hebben. Maar, zo vervolgde hij, als lezen echt belangrijk voor je is, dan maak je er tijd voor en ontwikkel je een lezersidentiteit.

Dat geldt voor ons allemaal, voor voor literatuurdocenten nog meer. Want alleen wanneer je veel leest, kun je een eigen lezersidentiteit vormen, waarover je samenhangend kunt praten (voor mij is dat een lastige, want ik lees zó veel verschillende soorten boeken, dat mijn lezersidentiteit een gespleten identiteit is). Maar hoe vorm je (bewust) die identiteit als lezer?

Lezersidentiteit gaat verder dan een praatje over boeken

lezen-in-het-park

Lekker Lezen in het park

Wat je doet, vertelt wie je bent. Datgene waaraan je de meeste tijd spendeert is wat je vormt. Hoe kun je jezelf een lezer noemen, als je hooguit een kwartiertje per week leest? Alleen práten over boeken die je ooit, jaren geleden, hebt gelezen is niet genoeg. Als je jezelf echt als lezer ziet, zul je moeten lezen.

En als docent zul je ‘het boek’ meer moeten integreren in de les. Dus niet enkel een les wijden aan het bespreken van Multatuli maar ook in andere lessen verwijzen naar boeken. Zorg dat je leerlingen je zien als een lezer. Dat doe je door voorbeeldgedrag te vertonen, bijvoorbeeld door lestijd beschikbaar te stellen waarin leerlingen een boek naar keuze kunnen lezen. Wat ze kiezen maakt niet uit, het is ok dat niet iedereen lyrisch is over dezelfde boeken. Er is geen boek dat voor iedereen leuk is, maar er is wél voor iedereen een leuk boek.

Zelf kun je dan ook een boek lezen, waarmee je het goede voorbeeld geeft (en lekker tot rust kunt komen). Daarmee werk je trouwens aan je eigen ontwikkeling (ook als literatuurdocent). Lezen in de baas zijn tijd, top!

Gebruik social media

Sommige literatuurdocenten gebruiken sociale media om boeken aan te bevelen en met leerlingen in gesprek te gaan. Boehm doet dit ook en vertelt dat leerlingen zich al snel aansloten. Niet alleen bleken ze boeken te gaan lezen, ze gingen er ook met klasgenoten over in gesprek. Zelfs met vrienden van andere scholen. Soms kreeg Boehm zelfs de vraag van een leerling of ze het boek wilde uitlenen. Natuurlijk is het wel wat werk om een social media platform te runnen. Mocht je als docent af en toe iets willen delen, maar geen gedoe hebben om het allemaal up to date te houden, dan zou je ook recensent op www.lekkerlezen.net kunnen worden. Je kunt natuurlijk ook een lijstje met twitter-accounts en facebookgroepen delen die je interessant vindt.

Lees ook YA

Young Adult boeken (YA) worden door literatuurdocenten niet altijd beschouwd als volwaardige literatuur. Onterecht, want voor veel lezers is YA het begin van hun leescarrière. Bovendien bevat YA stiekem best veel lessen en verwijzingen naar andere literatuur. Denk aan de Percy Jackson-serie, die bol staat van de verwijzingen naar de klassieke Griekse mythologie. Ik zou me kunnen voorstellen dat deze serie van Rick Riordan de basis vormt van een lesprogramma over de oude Griekse Goden. Denk ook aan boeken waarin gevoelige thema’s op respectvolle wijze naar voren komen, zoals in “Mijn broer heet Jessica”. Het zou niet voor het eerst zijn dat een docent zich laat inspireren door YA-boeken.

Voor leraren staat het lezen van YA ook min of meer gelijk aan professionalisering, omdat het helpt om aan te sluiten bij de belevingswereld van de jongere wereld.

Dus: wat heb jij onlangs nog gelezen?

Over Jeroen L

Eén van de oprichters van LekkerLezen.net. In het dagelijks leven actief als bedrijfskundige/docent, 's avonds het liefst met de neus in een goed boek!

6 reacties

  1. Interessant stuk, Jeroen.

    Zouden ook literatuurdocenten soms voor alle online verleidingen en Netflix zwichten? Ik kan me namelijk werkelijk niet voorstellen hoe je als docent je enthousiasme voor literatuur onderhoudt zónder nu en dan een roman te lezen. Eigenlijk zou ik willen zeggen: zonder nu en dan een post-Multatuli-roman te lezen, want er wordt vandaag de dag zóveel fraais geschreven – maar laat ik er geen smakentwist van maken.

    Wat YA betreft: absoluut waar dat dit als volwaardige literatuur mag worden beschouwd. Zo was ik zeer onder de indruk van de ‘In de voorste linie’-trilogie, van Michael Grant. Ondanks de fictieve setting liet Grants verhaal een gruwelijke indruk van de Tweede Wereldoorlog achter op mijn netvlies. Los daarvan biedt dit drieluik heel wat lijntjes naar hedendaagse thema’s als seksisme en discriminatie.

    Nog een vrijblijvende tip aan een ieder die leestijd tekortkomt: dump die smartphone, je kunt écht zonder.

    Met groet,
    Rob (Momenteel lees ik ‘De goede zoon’, van Van Essen, en ‘The spy that came in from the Cold’, van Le Carré – en nee, ik heb geen smartphone)

    • Beste Rob,
      het zou me niet verbazen, als zelfs literatuurdocenten de verleidingen niet kunnen weerstaan. Terugdenkend aan de literatuurlessen die ikzelf heb “genoten” vraag ik me ook weleens af of de docent zelf aan lezen toekwam. En dat roept weer de vraag op; wat zou dat met hen gedaan hebben? Je kiest het vak immers vanwege een passie. Hoe kun je dat vuurtje brandend houden, als je dag op dag overuren moet maken om (vaak onwillige pubers) te proberen overtuigen van de pracht van sommige literaire werken?

  2. Dat lijkt me inderdaad een uitdaging. Zelf werk ik enkel met gewillige volwassenen 😉
    Het enige wat ik kan bedenken is ipv volledige boeken ‘op te dringen’, losse fragmenten en/of hoofdstukken of misschien zelfs enkele zinnen te bespreken. Zinnen die aanzetten tot discussie, en fragmenten die ‘boekdelen’ spreken. Want veel huidige en tijdloze klassiekers worden ontkleed door analytische vragen als ‘wat is het thema?’ en ‘wat bedoelde de schrijver met?’. Daar komt een boek niet door tot leven.

    • Zó mee eens. Die analytische vragen hebben mij zelfs veranderd van iemand die elke dag een boek verslond in iemand die een hekel had aan boeken. Daardoor heb ik zeker 10 jaar geen boek gelezen. Oh, de boeken die ik in die tijd had kunnen lezen. Misschien is een soort tapas-literatuurles de oplossing. Het boek is immers slechts een middel om mensen een aantal belangrijke dingen te leren (begrijpend lezen, kritisch denken, etc).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.