Laat maar komen – Kim Postma en René Wokke

Titel: Laat maar komen
Auteur: Kim Postma en René Wokke
Uitgever: Scriptum
ISBN: 978 94 631 9134 0

Een paar jaar geleden had ik het voorrecht om een tijdelijke klus uit te voeren voor een Jeugdzorg-instelling. Niet afkomstig uit die wereld, ging ik er redelijk blanco in. Als onderdeel van mijn werk, kreeg ik soms dossiers van jeugdigen onder ogen. Wat ik daarin las, was schokkend. Zo schokkend zelfs, dat ik soms een half uur niet tot werk in staat was. Het is onvoorstelbaar wat een verschrikkelijke dingen er soms gebeuren, en dat met kinderen die zo ongelofelijk kwetsbaar zijn. Het bracht mij, bewust kinderloos, ertoe om serieus na te denken over de vraag of ik misschien ook iets met pleegzorg wilde doen. Uiteindelijk durfde ik die verantwoordelijkheid niet aan.

René Wokke zat in een soortgelijke situatie. Maar in tegenstelling tot mij besloot hij, na overleg met zijn partner, Kim Postma, de stap wel te zetten. In “Laat maar komen” vertellen ze in ongeveer 140 bladzijdes hoe het pleeg-ouderschap hen is bevallen.

Voorzichtig beginnen met pleegzorg

Ze begonnen voorzichtig met het verwelkomen van pleegkinderen op hun Amsterdamse woonboot. Aangezien ze allebei een fulltime baan hadden, deden ze in het begin alleen weekendpleegzorg. Dit betekent dat kinderen door de week gewoon bij hun ouders wonen, maar in het weekend even elders verblijven om daarmee de druk op het gezin te verlichten. Dat klinkt voor een buitenstaander misschien vreemd, maar het leidende principe in de Jeugdzorg is:”Kinderen horen thuis”.
Pleegzorg is dus in principe niet gewenst. En als het minder kan, dan minder. En inderdaad kan soms de druk van de ketel gaan door weekendpleegzorg, waardoor het kind uiteindelijk toch gewoon thuis kan opgroeien.

Het pleeggezin zijn beviel de twee blijkbaar, want al snel stapten ze over naar crisis-opvang. Hier gaat het al om zwaardere problematiek. Later deden ze ook forensische pleegzorg: jeugddelinquenten, die hopelijk door pleegzorg weer op het rechte pad komen.

Twijfelen en genieten

Bij elk van de stappen hadden Postma en Wokke hun twijfels, maar elke keer opnieuw pakte het goed uit. De twee lijken ook echt te genieten van het feit dat ze met de meeste van “hun” kinderen al snel een echte vertrouwensband opbouwden. Aan de andere kant: soms twijfelen ze of hun inzet wel blijvend resultaat oplevert.

Uiteraard vertellen ze het meeste vanuit de diverse plaatsingen. (Achteraf) hilarisch is het geval waarbij een soort Project-X feest dreigt te ontstaan. Maar er zijn ook verhalen die me diep raakten.

Tussendoor komen ook een aantal van de pleegkinderen aan het woord. Elk roemen ze de aanpak van de twee. Een veilige basis, met begrip en echte aandacht. Een warme sfeer. Dat zijn termen die steeds opnieuw terugkomen.

Inzicht in pleegzorg

“Laat maar komen” is een fascinerend boek. Het geeft inzicht in wat pleegzorg nu eigenlijk is. We leren over de motieven van de pleegouders. Soms wordt ook onszelf een spiegel voorgehouden. Het boek inspireert. Misschien kan deze verhaling dienen als hulpmiddel bij het opleiden van nieuwe pleegouders. Misschien is het zelfs voor “normale” ouders een interessant boek met opvoedkundige tips (al zul je die er wel zelf uit moeten halen).

Maar boven alles is “Laat maar komen” een pleidooi voor het leggen van echt contact. Voor het zien van de ander, zonder vooroordelen. Voor oprechte aandacht. En dat is mooi.

Waardering: 7,5/10


Lees “Laat maar komen” zelf!

Koop bij bol.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.