Het grote boek van nutteloze kennis – John Lloyd & John Mitchinson

Titel: Het grote boek van nutteloze kennis
Auteur: John Lloyd & John Mitchinson
Uitgeverij: de Boekerij
ISBN: 9789022559987

‘De naam Prometheus betekent ‘de vooruitdenkende’. We kunnen hem voor deze dagelijkse kwelling belonen door elke dag nieuwsgierig te zijn, ons dingen af te vragen en in vuur en vlam te staan.’

Zo sluit Stephen Fry het voorwoord van “Het grote boek van nutteloze kennis” af. Stephen Fry  presenteert de quiz QI, waar de kennis die in dit boek bijeen is gebracht vandaan komt.

Het boek bevat uiteenlopende feiten en toelichtingen. Vraag je je wel eens af:
“Welke kleur hebben sinaasappels?’”, “Welk Europees land heeft de laagste leeftijd waarop iemand seksueel meerderjarig is?’” of “wie heeft de Gotische architectuur uitgevonden?” Je weet het wanneer je het grote boek van nutteloze kennis hebt gelezen.
Veel vragen kan je rangschikken onder biologie, natuurkunde, geschiedenis of entertainment.

Sommige vragen zijn leuk voor aan de borreltafel. Issues die iedere keer terugkomen worden voor eens en voor altijd opgehelderd. Laat het duidelijk zijn dat het ei er was voor de kip! Geloof je me niet? Dan moet je het boek maar lezen. En dames, de horizontale streep kleed slanker af dan de verticale.

Ook het misverstand dat Napoleon een kleine man is wordt de wereld uitgeholpen. Hij leek alleen klein, omdat hij omringd was door lange mannen. Hij stelde namelijk verplicht dat de grenadiers uit de Keizerlijke Garde minimaal 1.78m en zijn persoonlijke garde minimaal 1.70m moesten zijn. In de tijd dat Napoleon leefde was de gemiddelde lengte van Franse mannen 1.65m. Napoleon, zelf 1.69m, was dus niet klein.

We leren ook dat geschiedenis eigenlijk vooral een verhaal is van de verteller. Worden de Vikingen immers niet altijd met een hoornen helm afgebeeld? Toch droegen ze die niet. En ook de Schotse kilt heeft niks van doen met de identiteit van de clan.

Alle kennis wordt in een vraagvorm gepresenteerd. Toch krijg je niet op alle vragen een antwoord. De vraag hoe olifanten dronken worden bijvoorbeeld vertelt alleen hoe ze het zeker niet worden. En wat George Washington te zeggen had over zijn vaders kersenboom weet ik na het lezen van het boek nog steeds niet.

Jammer is dat het boek soms zelf niet consequent blijft. Op de vraag wat er uit een cocon komt, wordt duidelijk gemaakt dat dit geen vlinder is. In de toelichting lezen we echter dat  zijderupsen een draad maakt die ze om hun lijf wikkelen. “Dat droogt op tot een omhulsel dat hen beschermt tijdens hun metamorfose tot vlinder…..Voor een pons zijde zijn 3000 cocons nodig”.  In het hoofdstuk over hoe je de Jak melkt, blijkt dat de jak het mannetje is  van de Bos grunniens (‘grommende os’).  Logisch dus dat je de jak niet melkt. Jammer is dat bij een verdere toelichting over deze ossen steevast over ‘jak’ wordt gesproken.  Ik kan me toch niet voorstellen dat de Tibetaan alleen de mannelijke exemplaren slachten.

Maar goed dat zijn details. Zo kan ik ook noemen dat voor mij een aantal geschiedkundige feiten dat gepresenteerd wordt, teveel op de Engelse geschiedenis gericht zijn om interessant te is. Maar ja, dat mag je verwachten van een vertaald boek en interesses verschillen natuurlijk per persoon.

Al met al denk ik dat iedereen wel meerdere vragen leest en bedenkt: “he, dat is leuk, dat wist ik niet”.  “De twee Johnnies” bedanken ons in “nader bekeken”, omdat ze echt elke dag nog iets nieuws leren. En Stephen stelt in zijn voorwoord dat nieuwsgierigheid het pad naar de roem verlicht. En zo is het maar net. Dus dank je wel John en John, dat ook ik iets nieuws mocht leren door jullie boek te lezen! Op naar mijn vijftien minuten van roem.

Waardering: 8


Lees “Het grote boek van Nutteloze Kennis” zelf!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.