De psyche van America – Bob Rylant

Titel: De psyche van America, de president als cliënt
Auteur: Bob Rylant
Uitgever: Bullseye Publishing
ISBN: 978 94 919 2066 0

“Personal Branding” is onder zelfstandige beroepsbeoefenaren echt “een ding”. Als professional is niets zo belangrijk om jezelf neer te zetten als “expert” op je vakgebied, zo leer ik uit vele artikelen op vele blogs en ook uit diverse workshops. Het boek “De psyche van America, de president als cliënt” van Bob Rylant past in mijn ogen heel mooi in deze trend van professionele profilering. Of het een goed voorbeeld van personal branding is, valt echter te bezien…

Psych

Bob Rylant is na zijn studie via een paar tussenstappen (groeps)psychotherapeut en systeemtherapeut, met (sinds 1995) een eigen praktijk. Wat is er beter (en leuker) om jezelf bij een nieuwe doelgroep te positioneren als top-therapeut dan door te kijken naar het psychologische profiel van diverse presidenten van de Verenigde Staten van Amerika? Rylant gaat hiermee ambitieus aan de slag: hij begint met een inleiding, waarin hij zijn fascinatie voor de VS verklaart, alsmede de keuze om een aantal Amerikaanse presidenten te beschrijven. Vervolgens gaat hij in op de politiek-historische context, en beschrijft hij hoe de VS is geworden tot het land dat het nu is.

Methodiek

Ook een stukje over de aanpak van Rylant mag niet ontbreken. Hij vergelijkt de manier waarop hij de diverse presidenten heeft beschreven met de manier waarop hij zijn praktijk runt, een mooi moment om ook de toegevoegde waarde van de systeemtherapie nog eens extra te benadrukken. Iets zegt me dat dit het stukje “sales pitch” is om nieuwe cliënten te werven. Toch is het zinnig om dit even te lezen, omdat het verklaart hoe het toch komt dat Rylant eigenlijk over elke president een soortgelijke conclusie trekt. In het nawoord trekt hij de conclusie zelf ook nog eens: “Alleen Franklin Roosevelt werd door de bevolkin gervaren als ‘een vader van de natie’. In de levensverhalen van de presidenten, die na hem komen, treffen we in de levensgeschiedenis problemen in de hechting aan. (p.325). Het cliché dat een therapeut in elk levensverhaal wel iets zal concluderen over hechting en een moeilijke relatie met de ouders wordt hier nog maar eens extra benadrukt.

Interessant idee

Rylant geeft een interessante analyse van de diverse presidenten. Hij maakt gebruik van een enorm aantal bronnen, waaruit veelvuldig wordt geciteerd. Her en der komt hij met een nieuwtje wat (voor mij) verhelderend werkt. Zo beantwoordt hij de vraag waarom Hillary nog steeds met Bill Clinton getrouwd is.

Oeps

Ik had het bij de bespreking van dit boek graag bij die positieve noot willen houden, ware het niet dat er een paar zeer kritische kanttekeningen bij dit boek te zetten zijn. Om maar met de meest onschuldige te beginnen: Rylant kan niet schrijven.

Nu is het niet uniek voor een expert op zijn vakgebied dat hij beter is in zijn vak dan in het helder verwoorden van zijn verhaal. Dat is waarom er tekstschrijvers en redacteuren bestaan. Ik wil ook zeker niet beweren dat ik de Grote Taalkundige ben, want als je me vraagt hoe de Nederlandse grammatica precies werkt kan ik het je niet uitleggen. Maar als er op elke pagina wel een paar zinnen staan die enorm rammelen, dan heb je als schrijver (en uitgever) toch echt wat steken laten vallen. Als ik elke kromme zin zou citeren, was ik wel even bezig. Toch wil ik een kleine selectie delen, al is het maar om mijn oordeel te onderbouwen.

Een van de eerste zinnen die mijn aandacht trok is: “Op 23 juli 1885 overleed hij vredevol.” (p. 58). Toegegeven, dit zou een correct Vlaams woordgebruik kunnen zijn. Het klinkt in ieder geval wel erg Belgisch, maar het woord komt in de diverse online woordenboeken (van statuur) niet voor.

Het blijft echter niet bij hier en daar een woord. Wat te denken van deze: “De verscheidenheid in herkomst in combinatie met het Engelse puritanisme en de inzichten van Adam Smith uit de tijd van de Verlichting, die de eindfrase uit de ‘Declaration of Independence’ namelijk ‘the pursuit of happiness’ ging vertalen: In the American temperament there lives a restless desire to achieve some ill-defined perfection (p.47)”. Teveel deelzinnen maken het lezen al niet makkelijk, maar zelfs als je deze zin netjes in stukjes hakt en analyseert is niet de boodschap duidelijk, alswel het feit dat dit geen correcte zin is.

Nog een mooie blunder: “Roosevelt toont zich dermate opgewekt en optimistisch op een moment dat er zich helemaal geen verbetering aftekent” (p.103). Waarom deze grammaticaal niet klopt, snap ik voor de verandering wel: de constructie “dermate…dat” geeft een situatie weer waarbij het één tot het ander leidt. Bijvoorbeeld: “Het regende dermate hard, dat ik al in twee seconde doorweekt was.” In dit verband is het dus het opgewekte en optimistische dat ertoe leidt dat er geen verbetering optreedt. Dat zou kunnen, ware het dat uit de context van deze zin een hele andere betekenis opdoemt: het optimisme is er wel, alleen niet terecht.

Nog zo een mooie, waarvoor mijn leraar Nederlands me op de gang zou hebben gezet: “Zowel de vader alsook de zoon in een nieuwe fase van hun ontwikkeling.”(p.154). Of misbruik van leestekens, zoals: “Daar ontmoet Jacobson: Alice Lowner.” (p.174)

Dit zijn zomaar twee voorbeelden die grammaticaal helemaal nergens op slaan. Als ik Rylant het voordeel van de twijfel zou geven, zou ik denken dat deze bedoeld waren als schrijfaanwijzing, die eigenlijk nog had moeten worden uitgewerkt. Een beetje zoals deze: “= 1 op 1 kopie, anders verwoorden” (p.53)… ja, het staat er echt.

Nog eentje, voor de liefhebber: “De tragiek van George W. is zijn ambivalente verhouding met macht en autoriteit, op oneigenlijke manier president wordt en er dan zelf aan ten onder gaat.”(p.274). Hier ontbreken een aantal koppelwoorden, zo lijkt het.

Rare beeldspraak en Anglicismen

Andere zinnen zijn grammaticaal op zich wel juist, ware het niet dat er een rare vergelijking gemaakt wordt. Zo gebruikt Rylant soms verschillende beeldspraken in één zin, die niet bij elkaar passen: “de American Dream moet worden gezien als het cement dat deze natie, met zijn uiteenlopende demografische en geografische verschillen, als een lappendeken bij elkaar houdt.” (p.47). Hoe dat precies werkt, een lappendeken die door cement bijeengehouden wordt, weet ik niet. Ik heb liever een lappendeken die gewoon met garen aan elkaar genaaid zit.

Op weer andere plekken wreekt de Americanofiel zich, door een bizar (en onnodig) gebruik van Anglicismen, of beter: Americanismen. Het begint al bij de spelling van het land: America. Dit is een bewuste keuze: “Door America consequent met een ‘c’ te schrijven, kies ik bewust voor de oorpsornkelijke benaming van de natie. Niet alleen omdat dit boek teruggaat naar de beginfase van deze nieuwe natie, maar ook omdat ikzelf een band heb met dat America.” (p.32) Prima, daar kun je voor kiezen, maar waarom spreekt hij vervolgens dan wel over Moskou (i.p.v. Mocba) of wordt élk land netjes vertaald? Amerika is gewoon Amerika. En als je dan toch zo een purist bent, dan zou je het moeten hebben over de Verenigde Staten van Amerika/America. Maar goed, een ieder mag zijn fanboi-momentje hebben.

Maar verpest de Nederlandse taal dan niet verder door op volstrekt onnodige momenten ineens een Engels-Nederlandse mengeling uit te braken: “De overwinningsroes tilde de kolonisten op, die meenden dat ze nu de macht hadden om the world over again (een nieuwe wereld) te beginnen.” (p.49), “Het wordt wel zijn (Roosevelt, red) taak om managing the lands van zijn vader over te nemen.” (p.91)

Rylant spreekt van “decisieve beslissingen” alsof dat een betere vertaling van “decisive decisions” is dan “doorslaggevende beslissing”. Dat deze zinssneden uit bronnen komen wil ik wel aannemen, maar als je een boek schrijft is de leesbaarheid best wel een punt waar je aandacht voor mag hebben.

Buiten zijn boekje

Door al deze wanstaltige taalconstructies is het lezen van “De psyche van America” al geen pretje. De tekortkomingen van Rylants taalvaardigheid worden echternog overtroffen door het feit dat hij op diverse punten zijn boekje vér te buiten gaat. Hij is dan wel een enorme fan van de VS, maar dat maakt nog niet dat je allerlei meningen als feit mag verkondigen. Op sommige punten doet dit me denken aan wat je weleens op televisie ziet: iemand die beroemd is geworden omdat hij/zij goed kan zingen, of heel handig een bal in een netje kan gooien wordt opeens van alles gevraagd over zijn opinie over een onderwerp waar hij of zij niet voor gekwalificeerd is. Zeg Jamai, die zijn mening over de geopolitieke situatie rondom Poetins’ Rusland mag komen duiden.

Rylant stapt, vermoedelijk uit enthousiasme, ook in die valkuil. Zo stelt hij dat (onder meer) Roosevelt ongetwijfeld gefrustreerd moest zijn over het niet halen van zijn “fictieve doelstellingen”. Hoezo, fictief? Roosevelt wilde een VN-achtige organisatie, een doelstelling die (uiteindelijk) werd behaald. Niet tijdens het leven van Roosevelt, maar toch. Dus zo “fictief” was die doelstelling niet. Ik heb de term “fictieve doelstelling”  voor de zekerheid gegoogled, ik heb zelfs onder psychologiestudenten én bevriende psychologen rondgevraagd of dit een bekend psychologisch concept is, maar nee. Het lijkt erop dat Rylant met deze woordkeuze probeert de doelstellingen van Roosevelt in een bepaald frame te plaatsen. Voor een objectieve beschrijving acht ik dat onbetamelijk.

(Niet) invullen voor een ander

Hij maakt wel vaker de fout dat hij gaat “invullen” wat een ander beweegt. Dit verbaast me, want als er iets is dat een therapeut in mijn ogen zou moeten doen is het wel open en onbevangen luisteren. NIVEA, heet dat: Niet Invullen Voor een Ander.

Wat dacht je bijvoorbeeld van de conclusie dat Truman geen ruggengraat heeft: “Dertig dagen na het overlijden van Roosevelt laat Harry Truman als ‘accidental president’ de eerste atoombom op Hiroshima afwerpen. (..) Dramatisch dat een fysiek en psychisch gezonde president niet de kracht heeft om de plannen van zijn voorganger om te buigen.” (p.62). Hoezo, dramatisch? Hoezo “niet de kracht”?

Wie zegt dat Truman dit had willen doen? Misschien vond hij de atoombom wel een goed idee, omdat daarmee Amerikaanse (soldaten-)levens gespaard werden en de oorlog bekort? Dat je tegen het gebruik van kernwapens bent is prima, maar andermans beslissingen wegen op basis van je eigen normenkader (i.p.v. de ander), dat hoort niet. Als ik op zoek was naar een therapeut, zou Rylant zich met dit soort waardeoordelen al heel snel diskwalificeren.

Truman is niet de enige die door Rylant als een (halve?) oorlogsmisdadiger wordt neergezet. Ook Barack Obama kan zijn goedkeuring niet wegdragen: “De inzet van dergelijke perverse wapenvoering (drones, red.) is niet acceptabel en werkt uiteindelijk ook escalerend.” (p.314)

Rylant acht zichzelf behalve psycholoog-psychotherapeut, maar ook nog eens politicoloog. Tenminste, dat neem ik maar aan, want hij neemt ook de hele staatsinrichting van de VS eventjes onder handen: “De functie van de president als enig verantwoordelijke voor de uitvoerende macht is onhoudbaar. Dit is een van de ingeslopen weeffouten in de constitutie.” (p.325). Ietsje verder komt bij mij een fantasie bovendrijven, waarin Rylant een hoedje van alu-folie draagt terwijl hij zijn boek schrijft, want: “De presidenten zijn de ‘uithangborden’ van America geworden en de werkelijke sturing gebeurt door ‘Deep State’ (p.325)

Conclusie:

Bon Rylant heeft in “De psyche van America” veel onderzoek gedaan naar diverse Amerikaanse presidenten. Dit zou een mooi stukje personal branding kunnen zijn, ware het niet dat Rylant (veel) steken laat vallen op het gebied van taalbeheersing en objectiviteit. Te vaak schrijft Rylant vanuit zijn eigen wereld als schrijver, waarbij het lijkt alsof hij weinig of geen aandacht heeft voor de lezer. Ook de manier waarop hij zijn eigen mening als feit presenteert, geeft weinig vertrouwen. Een goed idee dus, dat niet geweldig uitgevoerd is.

Voordat ik mijn score deel, sluit ik af met een -in mijn ogen hilarisch- voorbeeld dat nog maar eens benadrukt met wat voor een vreemde bril Rylant de wereld beziet. Hij vergelijkt in de volgende zin twee vrouwen. De een waren we al bijna vergeten, over de ander spreken we twee millenia later nog steeds. Hij zegt, in de context van de verkiezing van Bush II: “Het presidentschap wordt ‘gestolen’ en de invloed van Monica Lewinsky op de geschiedenis blijkt groter te zijn dan deze van Cleopatra!” (p.76)

Ik zou erom kunnen lachen, maar eigenlijk is het dieptriest.

Waardering: 3/10


Lees “De psyche van America” zelf!

Over Jeroen L

Eén van de oprichters van LekkerLezen.net. In het dagelijks leven actief als bedrijfskundige/docent, 's avonds het liefst met de neus in een goed boek!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.