Grip op gamen – André Parren

Titel: Grip op gamen
Auteur: André Parren
Uitgever: Bullseye Publishing
ISBN: 978 94 919 2057 8

Had ik “Grip op gamen” sneller gerecenseerd als het niet zo vlak na de release van Battlefield 5 was bezorgd? Ik zal het eerlijk gezegd nooit weten. Wat ik wel weet, is dat André Parren verstand van gamen heeft. Parren is pedagoog en heeft regelmatig te maken met cliënten (veelal jongeren) die problematisch gamen. Dat hijzelf een gamer is, heeft hem meer dan eens geholpen. Parren constateert dat er eigenlijk weinig kennis is onder opvoeders, scholen en hulpverleners over het gamen en besloot om zijn kennis en ervaring in een boek te gieten. Daarmee deelt hij zijn kennis en legt hij de basis onder een nieuw soort vakliteratuur. Deze vakliteratuur is interessant voor iedereen die met gamers te maken heeft, niet alleen met pedagogen en andere -ogen.

Gamen als symptoom

Parren benadert gamen niet als probleem, zoals dat vaak wel gebeurt. Hij ziet gamen als een gedrag, dat ergens vandaan komt. Maar voordat hij het over het problematisch gamen heeft, begint hij met de context. Eerst beschrijft hij wat gamen is, wat de voor- en nadelen zijn en waarom gamen eigenlijk zo verrekte verslavend is. Vervolgens pakt hij de psychologische context erbij en geeft hij aan hoe gaming past binnen de diverse leeftijden en ontwikkelingsfasen. Speciale aandacht geeft hij daarbij nog aan autisme.

De worsteling van de ouders komt in een apart hoofdstuk aan bod. Hier gaat hij uit van de democratische opvoedingsstijl. Dit is één van de vier stijlen die hij beschrijft (naast de permissieve, de autoritaire en de onverschillige stijl). De drie anderen schuift Parren zonder al teveel plichtplegingen terzijde. Ik kan me voorstellen dat dit voor sommige mensen iets te kort door de bocht is. Er zijn ongetwijfeld mensen die nog geloven dat de autoritaire stijl de beste stijl is en die het helemaal niet met Parren eens zijn dat “de opvoeder juist onderling overleg wil met de gamer” (p.115). Dus een klein beetje meer argumentatie had hier wat mij betreft wel gemogen.

Hoe om te gaan met problematisch gamen?

Nu alle partijen die in een normale situatie bij de opvoeding betrokken zijn voorbij zijn gekomen, komt Parren met een aantal methoden om gamegedrag te bespreken en te reguleren. Alles op basis van gelijkwaardigheid en vanuit vertrouwen. Deze aanpak spreekt mij zeer aan (liever dit dan, zoals dat bij mij vroeger ging, ineens de stroom eraf). Maar, zoals gezegd, ik ben bang dat een deel van de opvoeders eerder al is afgehaakt.

Mooi vind ik hoe Parren bewust nadenkt over “wat dan”. Als je afspreekt dat er niet gegamed mag worden, wat moet de gamer dan? Uit ervaring kan ik beeamen wat Parren zegt: het niet-game moment laat zich moeilijk opvullen. Daardoor voelt het al snel leeg en kom je in een sfeer van negativiteit. En dat…werkt niet. Het zoeken naar alternatieven doet Parren door te kijken naar het soort game. Eigenlijk is ligt dat voor de hand, zoals zoveel briljante ideeën. Zo stelt hij voor om in plaats van strategie-games een keer een bordspel als Kolonisten van Catan of Risk te spelen. Fans van shooters kunnen in het bos met nerf-guns (ik moest het googlen, maar dat zijn van die pistolen die schuimpijlen schieten) aan de gang en als je van puzzelgames houdt, is “geo-coaching” (p. 136) een leuk alternatief, al vermoed ik dat hij geo-caching bedoelt, al sluit ik niet uit dat geo-coaching ook “een ding” is.

Na dit uitgebreide hoofdstuk komt hij nog met een aantal handreikingen richting de professionals. Maar die zullen een stuk minder nodig zijn, wanneer opvoeders de eerste hoofdstukken goed tot zich hebben genomen. Trouwens, ook die niet-professionals doen er goed aan dit hoofdstuk te lezen, want er staan een paar pareltjes in. Bijvoorbeeld de opmerking van een bewoner van een woongroep: “Ik woon niet op jullie werk, jullie werken waar ik woon.” (p.173), die de verhoudingen weer even helder maakt. Of de opmerking: “uitval op school en binnen het bedrijfsleven is meetbaar, na releases van games!” (p.175).

Paar foutjes, maar een juweel van een boek.

André Parren komt met “Grip op gamen” eigenlijk tien jaar te laat. Maar, beter laat dan nooit. En zijn bijdrage aan de ontwikkeling van jonge mensen zou wel eens een heel belangrijke kunnen zijn. Goed, taalkundig valt er nog wel wat op het boek aan te merken. Zo staan er her en der wat spelfouten, of komen er op de raarste plekken hoofdletters tevoorschijn. En het verschil tussen “als” en “dan” is nog wat lastig, getuige zinnen als: “Waarom zal gamer A, die goed met zijn gamen om kan gaan dezelfde grenzen nodig hebben dan gamer B, die zijn gedrag niet onder controle weet te houden” (p.174). Dit soort fouten (correct is “dezelfde …als” of “meer …dan”) hadden er in het redactieproces eigenlijk uitgevist moeten worden. Maar dat is iets voor de tweede druk, want de waarde van “Grip op gamen” voor de praktijk is zo groot, dat de taalfouten met graagte geaccepteerd worden.

Waardering: 8,5/10


Lees “Grip op gamen” zelf!

Koop bij bol.com

Over Jeroen L

Eén van de oprichters van LekkerLezen.net. In het dagelijks leven actief als bedrijfskundige/docent, 's avonds het liefst met de neus in een goed boek!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.