Zoete Mond – Thomas Rosenboom

Titel: Zoete Mond
Auteur: Thomas Rosenboom
Uitgeverij: Querido
ISBN: 978 90 214 3716 3

De proloog in “Zoete mond” verhaalt over de vangst van een jonge witte beloegadolfijn. De moederdolfijn moet machteloos toezien dat haar jong gevangen wordt genomen. Ze klapt met haar staart op het water: wit wild water. De witte beloega – door de bemanning gedoopt tot Moby Dick – krijgt een bassin op het dek van een vrachtschip. Vlak voor de eindbestemming Engeland slaat hij tijdens een storm overboord en weet te ontsnappen. Later duikt de dolfijn opnieuw op in het lopende verhaal. Hij zorgt voor consternatie door tot in Duitsland de Rijn op te zwemmen. Er ontstaat een mediahype rondom het witte dier maar Moby Dick laat zich niet vangen.

Hoofdpersoon is dierenarts Rebert van Buyten. Een onopvallende, voor zijn omgeving onzichtbare man, die zijn keuzes in het leven laat leiden door toevalligheden. Nadat echtgenote Tine door een auto-ongeluk overlijdt, stopt hij met zijn praktijk als dierenarts en raakt in een sociaal isolement. Tot hij op verzoek van een vroegere huisgenoot – die inmiddels in de reclamewereld in Amerika werkt – de synopsis voor een reclamefilmpje bedenkt. Het blijkt een gouden idee wat hem onverwacht een fortuin oplevert. Hij koopt een huis in Angelen aan de Rijn, waar hij spoedig kennis maakt de bewoner van het andere grote huis van het dorp: de befaamde Jan de Loper.

Rebert van Buyten’s onopvallende bestaan wordt doorbroken door de kinderen van het dorp. Hij opent een huisdierenpraktijk. Kinderen lopen af en aan met hun gezonde huisdier zonder een rekening te hoeven betalen. Een van de moeders, Laura Banda, wordt door Rebert heimelijk begeerd. Als Laura het keer op keer opneemt voor de bejaarde grappenmaker ontstaat er rivaliteit tussen Rebert en Jan de Loper. Langzamerhand verandert de irritatie in een obsessie. Rebert zint op een zoete wraak. Als bovendien de winter intreedt en het naderende Sinterklaasfeest alle aandacht van de kinderen vraagt, blijft de praktijk leeg. Voor Rebert rest er niets anders dan hardlopen. Steeds verder. Steeds sneller. De witte walvis achterna.

Thomas Rosenboom won reeds tweemaal de Libris Literatuur Prijs respectievelijk met Gewassen vlees (1994) en Publieke werken (1999). Met het recente “Zoete mond” heeft Rosenboom opnieuw een schitterend epos afgeleverd. De karakterschetsen zijn gedetailleerd en beeldend geschreven. De irritatie van Rebert van Buyten over Jan de Loper is voor de lezer duidelijk voelbaar. Jan de Loper leeft in het verleden en begrijpt niet waarom de grappen die jarenlang voor populariteit zorgden, ineens niet meer werken.

Tegen beter weten in blijft hij zijn grollen herhalen, nieuwe poetsen bakken en naar de brievenbus lopen waar in hoogtijdagen de fanmail met postzakken tegelijk werd bezorgt. Een lege brievenbus, een museum waar niemand komt en grappen waar geen publiek meer voor is. Rosenboom schetst met Jan de Loper een ontluisterend beeld van de vergankelijkheid van roem.

Een hoofdstuk wijkt duidelijk af. De annex, de Lopende man geeft op documentaire wijze informatie over de rol en het opvallende uiterlijk van lopende boodschappers door de geschiedenis. De verhandeling is wetenswaardig en curieus maar stagneert enigszins de vaart in het boek.
De witte dolfijn is metafoor voor de einzelgangers in het boek. De twee eenzelvige mannen zonder vrienden of familie modderen, of liever gezegd lopen, maar door. Ze proberen zich wel aan te sluiten bij de mensen in hun omgeving maar begrijpen de codes niet. De onmacht om te kunnen voldoen aan het ideale plaatje blijft tot aan het einde de brommende beklemmende ondertoon van het boek. Ontroerend en verontrustend. Prachtig.


Lees “Zoete mond” zelf

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.