Schijnbestaan – José Saramago

Titel: Schijnbestaan
Auteur: José Saramago
Uitgever: Meulenhoff
ISBN: 978 90 290 6946 5

Mijn eerste kennismaking met José Saramago (“Opgestaan van de Grond“, in 2008) was even schrikken. De eerste pagina’s waren volstrekt onleesbaar. Tot het kwartje viel en het boek begon te stromen. “Schijnbestaan” is qua stijl vergelijkbaar met “Opgestaan van de Grond”. Maar omdat ik nu wist wat ik kon verwachten, was dit boek voor mij al vanaf het begin een plezier om te lezen.

“Schijnbestaan” verscheen oorspronkelijk in 1980, ruim 2 decennia ná de eerste uitgave van “Opgestaan van de Grond“, en is iets minder indrukwekkend. Maar het draagt alles in zich wat heeft gemaakt dat ik de in 2010 overleden Saramago in mijn hart heb gesloten. Het boek verhaalt van een oude pottenbakker, Cirpiano Algor. Hij is een pottenbakker, die zijn keramiek alleen maar kan verkopen via het Center, een enorm commercieel complex midden in de stad. Zijn schoonzoon, Marcal Gacho, werkt in het Centrum en hoopt op een promotie tot Inwonend Bewaker. Hij wil dan samen met vrouw en schoonvader in het Centrum gaan wonen.

Afgedankt als een oude pot

Als het Centrum besluit voortaan geen aardewerk meer te verkopen, maar enkel plastic servies, heeft Cirpriano ineens geen broodwinning meer. Zijn dochter, Marta, komt met het plan om beeldjes te gaan maken, in de hoop dat die wel aanslaan. Ondertussen probeert ze ook om haar vader te koppelen aan een weduwe die een paar straten verder woont. De vonk is er, maar geen van beide durft de stap te zetten.

Als je José Saramago een beetje kent weet dat Saramago een die-hard communist was. Zelf omschreef hij zijn werk als “klassen-literatuur”. Hij schrijft altijd over de underdog, de arbeider, en kan daarbij putten uit zijn eigen leven. Al die elementen zijn duidelijk zichtbaar in “Schijnbestaan”. Alleen de titel geeft de zinloosheid van het arbeidersbestaan al aan. Hoe groot je vakmanschap ook is, de “vooruitgang” stopt voor niemand.

Onstopbaar kapitalisme

We zien dit overduidelijk in het alsmaar uitdijende Centrum (een duidelijke verwijzing naar het kapitalisme) dat alles in de omgeving opslokt. Zonder enige respect voor historie of esthetiek blijft het Centrum uitbreiden, waarbij het de hele stad aan het overnemen is. De stad vlucht door steeds meer oppervlakte in te nemen, waardoor er een bewoonde gordel, een industriële gordel (erg vervuild) en een “groene gordel” met veel smerige ogende kassencomplexen ontstaat. En dan de buitenste gordel, de grootste, met sloppenwijken.

Saramago vertelt hoe het Centrum onze pottenbakker aan de kant smijt, zonder enige emotie zijn levenswerk waardeloos verklaart. Medewerkers van het Centrum oefenen hun rol uit met alle autoriteit die ze eruit kunnen persen, waarmee Saramago nog maar eens benadrukt hoe het kapitalisme leidt tot enorme ongelijkheid en een onmenselijke manier van met elkaar omgaan.

Hij vraagt zich af of de mensheid de moeite eigenlijk wel waard is, en doet dit door te vertellen over klei: “Want heus, als we water en klei bijeenvoegen en vermengen (…) kunnen we onze verbeelding aan ht werk zetten om een benaming te verzinnen die lieflijker klinkt, minder prozaïsch, exclusiever, maar vroeg of laat komen we altijd weer uit bij het juiste woord, bij het woord dat zegt waar het op staat, modder. Veel goden, en niet de minste, wilden geen ander materiaal voor hun schepping, al kunnen we ons afvragen of die voorkeur tegenwoordig in het voordeel of het nadeel werkt van modder.” (p.213)

Een schitterende fake wereld

Alsof dit allemaal nog niet genoeg was, blijkt schoonzoon Marcal inderdaad die felbegeerde promotie te krijgen. Dat maakt dat de oude ambachtsman ineens binnen in het centrum rondloopt, waar hij de ene dag kan skieën, in een andere ruimte aan het strand zit en zelfs een ruimte bezoekt waar hij “de elementen” kan ervaren: kunstmatige regen, sneeuw en storm. Dat de man moeilijk kan aarden in zo een neppe omgeving laat zich raden.

Carpe diem

En dan gebeurt er ineens iets, wat zelfs Marcal aan het twijfelen brengt. Op onnavolgbare wijze gaat Saramago hier aan de gang met de vraag wat de waarde is van het materiële en in hoeverre wij in onze consumptiemaatschappij onze ziel vergeten te verzorgen. Doet hij hier een oproep tot herbezinning? Daagt hij ons uit het échte leven te verkennen? Beide, maar toch ook niet. Wat Saramago vooral doet, is ons laten nadenken over ons eigen bestaan en onze eigen positie in de maatschappij.

De vergelijking met “Opgestaan van de Grond” kan “Schijnbestaan” slechts met moeite doorstaan. Maar die vergelijking is niet eerlijk, want het eerste boek is een waar meesterwerk. Beoordelen we “Schijnbestaan” zonder te kijken naar de context, dan valt op dat Saramago een meester is om de meest eenvoudige dingen in mooie woorden te vangen: “Hij ging naar zijn slaapkamer, kleedde zich uit, wierp een snelle blik op wat de kaptafelspiegel hem van zijn lichaam toonde en ging onder de douche staan. Een beetje zout water mengde zich met het zoete water dat uit de douchekop stroomde.” (p.160)

Saramago is een unicum, de perfecte combinatie tussen communistisch pamfletisme en literaire schoonheid.

Waardering: 8,5/10


Lees “Schijnbestaan” zelf!


Koop bij bol.com

Over Jeroen L

Eén van de oprichters van LekkerLezen.net. In het dagelijks leven actief als bedrijfskundige/docent, 's avonds het liefst met de neus in een goed boek!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.