Een flâneur in Parijs

Titel: De Wandelaar
Auteur:
Adriaan van Dis
Uitgeverij: Augustus
ISBN:
978-90-457-0015-1
Taal:
Nederlands

Hoe een hond tegen de achtergrond van het moderne Parijs van de eenentwintigste eeuw het leven van een man doet veranderen. Adriaan van Dis bijt treffend in de Wandelaar (2007) de spits af met de woorden:

De hond had alles gezien. Met hem moet het verhaal beginnen. Hoe hij voor het raam danste en uit een brandend huis sprong. Maar eerst maakt meneer Mulder een avondwandeling. Hij zal aan de politie een andere naam opgeven.

Meneer Mulder is een onzichtbare man in zijn buurt. Er valt niets op hem aan te merken. Hij leidt in zijn uppie een routineus bestaan. Mulder heeft voor zijn gevoel alles op de regel. Herhaling stelt hem gerust. Elke dag trekt hij wanneer de avond invalt erop uit om een wandeling te maken door de straten van Parijs. De route ligt vast. Tot op een doodgewone lenteavond zijn paden zich kruisen met die van de hond. Meer valt er op dat moment niet te vertellen over de hond. Geen naamsbekendheid, geen baasje. Wel weten we hoe hij meneer Mulder, alsof het zijn baasje was, in de armen vloog nadat hij was ontkomen aan een brand. Kort daarvoor had meneer Mulder zijn wandeling onderbroken om een moment als een soort van ramptoerist een kraakpand dat in de hens stond gade te slaan. Totaal overrompeld door deze gebeurtenis en zo één, twee, drie niet wetend wat met het vieze beest aan te moeten, neemt hij het maar mee naar huis. De volgende dag zit hij ermee in zijn maag en neemt zich voor de eigenaar het liefst vandaag of morgen te vinden. Maar zo’n hond moet wel uitgelaten worden. Onverhoeds zijn meneer Mulder en de hond aan elkaar overgeleverd.

Met de komst van zijn nieuwe viervoeter in zijn leven verandert meneer Mulder niet alleen in doen en laten, maar ook van naam. Hij stelt zich in een opwelling aan een politieagent voor als Nicolas Martin. Waarom weet hij ook niet. Hij weet zoveel niet. Wanneer doe je wat? ‘Iets doen’, hoe doe je dat in de achterbuurtwijken van Parijs, waar sans papiers (illegalen), praatjesmakers, fantasten, hongerstakers en daklozen die hun hand ophouden het straatbeeld bepalen? Hoezeer Mulder alvorens tegenstribbelt, de dappere hond trekt zijn nieuwe meerdere aan zijn riem mee. Samen slaan ze onbekende wegen in. Mulder wijkt af van gebaande paden en komt oog in oog met het Parijs dat hij niet kende.

Hij ontmoet de armoedzaaierige pater Bruno, de Chinees die huizen van karton bouwt, de bedelares met het kunstbeen, Monsieur Ngolo, die cynisch gezegd ‘een sans papiers met een doos vol papieren is’ en madame Sri, waarvoor Mulder zelfs al zijn principes aan de kant zet en als weldoener zal gaan optreden. Mulder wordt zich bewust van de ellende die huishoudt in zijn stad. Van Dis stelt overduidelijk het immigratiebeleid in de banlieus aan de kaak. Maar eigenlijk schrijft hij in beeldige taal over heel gewone dingen zonder dat het te simplistisch wordt. Zijn beschrijvingen van de stad zijn veelzeggend. ‘Welke woeste weg heb je met me voor?’ vraagt Mulder bedenkelijk terwijl hij de hond door zijn haren veegt. Maar dat hij van Le Grand Chien zal gaan houden, is een ding wat zeker is. De Wandelaar spreekt tot de verbeelding. Hoe tegenstrijdig het ook in de oren klinkt, je krijgt bijna de neiging om bij het erbarmelijke leven op straat achterover te leunen..

 


De wandelaar zelf lezen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.