Vrijdags Voorproefje: “Optie B” – Sheryl Sandberg en Adam Grant

 

 

Titel: Optie B, Confronteer tegenslag, bouw veerkracht en vind geluk
Auteur: Sheryl Sandberg en Adam Grant
Uitgever: Lev.
ISBN: 978 94 005 0858 3

Wanneer Sheryl en haar man Dave op vakantie gaan, hebben ze er allebei heel erg zin in. Maar wanneer Dave in de fitnessruimte overlijdt, staat het leven van Sheryl (en haar kinderen) ineens op haar kop. Hoe kom je zo een klap te boven? Daarover schreef ze, samen met psycholoog Adam Grant, het boek “Optie B”. Het ontwikkelen van veerkracht staat hier centraal. In het kader van de rubriek “Vrijdags Voorproefje”, hebben we een mooi leesfragment voor je.

Inleiding

‘Ik val in slaap’ was het laatste wat ik tegen hem zei.
Ik ontmoette Dave Goldberg in de zomer van 1996, toen ik naar Los Angeles was verhuisd en een wederzijdse kennis ons  beiden  uitnodigde  om  te  komen  eten  en  een  film  te  kijken.  Toen  de  film  begon,  viel  ik  met  mijn  hoofd  op  Daves  schouder  meteen in slaap. Dave zei tegen anderen dat hij dacht dat dat betekende  dat  ik  gek  op  hem  was,  tot  hij  er  later  achter  kwam  dat  – zoals hij het uitdrukte – ‘Sheryl overal en op iedereen in slaap valt’.

Dave werd mijn beste vriend en ik begon me echt thuis te voelen in L.A. Hij stelde me voor aan aardige mensen, leerde me achterafstraatjes kennen om het verkeer te ontlopen en hij zorgde ervoor dat ik in de weekeinden en vakanties iets te doen had. Dankzij hem werd ik wat hipper, want hij maakte me wegwijs op het internet en hij draaide muziek die ik nog nooit had gehoord. Toen mijn vriend en ik uit elkaar gingen kwam Dave me troosten, ook al was mijn ex een voormalige Navy seal die ’s nachts een geladen wapen onder zijn bed had liggen.

Dave zei altijd dat het tussen ons liefde op het eerste gezicht was geweest,  maar  dat  hij  een  hele  tijd  moest  wachten  voor  ik  ‘slim  genoeg was om die sukkels te dumpen’ en een relatie met hem te beginnen. Dave was me altijd een paar stappen voor. Maar uiteindelijk  haalde  ik  hem bij. Zesenhalf jaar na die film maakten we opgewonden plannen voor een reis van een week met z’n tweeën, wetend dat die onze relatie een nieuwe dimensie zou geven of een geweldige  vriendschap zou verknallen. Een  jaar later trouwden we.

Dave was mijn rots. Als ik van streek was, bleef  hij rustig. Als ik me  zorgen  maakte,  zei  hij  dat  alles  op  z’n  pootjes  terecht  zou  komen. Als ik niet zeker wist wat ik moest doen, hielp hij me mijn keus te bepalen. Net als elk getrouwd stel kenden we voor- en tegenspoed.  Toch  zorgde  Dave  ervoor  dat  ik  me  volkomen  begrepen, onvoorwaardelijk gesteund en ten diepste bemind voelde. Ik dacht dat ik de rest van mijn leven mijn hoofd op zijn schouder zou
laten rusten.

Elf  jaar na onze bruiloft gingen we naar Mexico om de vijftigste verjaardag van onze vriend Phil Deutch te vieren. Mijn ouders pasten  op  onze  zoon  en  dochter  in  Californië,  en  Dave  en  ik  keken  enorm  uit  naar  een  weekeinde  met  uitsluitend  volwassenen.  Op vrijdagmiddag zaten we te luieren bij het zwembad en speelden we Kolonisten van Catan op onze iPads. Tot mijn vreugde was ik voor de verandering eens aan de winnende hand, maar mijn ogen vielen steeds dicht. Toen ik besefte dat mijn zege me door vermoeidheid zou kunnen ontglippen, erkende ik: ‘Ik val in slaap.’ Ik bezweek en rolde me op. Om 15.41 uur nam iemand een foto van Dave, met zijn iPad in de hand gezeten naast zijn broer en Phil. Ik lig op een kussen op de grond voor hen te slapen. Dave glimlacht.

Toen ik ruim een uur later wakker werd, zat Dave niet meer op die stoel. Ik nam aan dat hij zoals hij van plan was geweest naar de fitnessruimte was gegaan en ik ging zwemmen met onze vrienden. Toen ik ging douchen op onze kamer en hij daar niet was, was ik verbaasd maar ik maakte me geen zorgen. Ik kleedde me voor het avondeten,  bekeek  mijn  e-mails  en  belde  onze  kinderen.  Onze  zoon  was  over  zijn  toeren  want  hij  en  zijn  vriendje  hadden  de  speeltuinregels aan hun laars gelapt, waren over een hek geklommen en hadden hun sportschoenen beschadigd. Huilend biechtte hij het op. Ik zei tegen hem dat ik blij was dat hij zo eerlijk was en dat papa en ik zouden bespreken hoeveel hij van zijn zakgeld moest bijdragen aan nieuwe schoenen. Onze zoon van tien kon niet leven met die onzekerheid en drong erop aan dat ik meteen een besluit nam. Ik zei tegen hem dat papa en ik dit soort beslissingen samen namen en dat ik het dus pas de volgende dag kon zeggen.
Ik verliet de kamer en ging naar beneden. Dave was er niet. Ik liep naar de rest van de groep op het strand. Toen hij daar ook niet was, ging er een golf  van paniek door me heen. Er klopte iets niet. Ik  riep  naar  Rob  en  zijn  vrouw  Leslye:  ‘Dave  is  er  niet!’  Na  een  korte  aarzeling  riep  Leslye  terug:  ‘Waar  is  de  fitnessruimte?’  Ik  wees naar een trap vlak in de buurt en we renden erheen. Ik voel nog altijd hoe mijn adem stokte en mijn lichaam verstijfde bij die woorden.  Niemand  zal  ooit  nog  eens  ‘Waar  is  de  fitnessruimte?’  tegen me kunnen zeggen zonder dat mijn hart op hol slaat.

We vonden Dave op de grond naast de crosstrainer, zijn gezicht was  een  beetje  blauw  en  naar  links  gedraaid  en  onder  zijn  hoofd  lag een plasje bloed. Iedereen schreeuwde. Ik begon met reanimeren. Rob nam het van me over. Er kwam een arts, die hem afloste. De rit met de ambulance was het langste halfuur van mijn leven. Dave op een brancard achterin. De arts was met hem bezig. Omdat het moest van de broeders zat ik voorin en ik huilde en smeekte de dokter  me  te  vertellen  dat  Dave  nog  leefde.  Ik  kon  gewoon  niet  geloven hoe ver het ziekenhuis was en hoe weinig auto’s er voor ons opzijgingen. Toen we er eindelijk waren, verdween hij achter een zware houten deur en ik mocht niet mee. Ik ging op de grond zitten en Marne Levine, Phils vrouw en een van mijn beste vriendinnen, sloeg haar armen om me heen.

Na  wat  een  eeuwigheid  leek  werd  ik  meegenomen  naar  een  klein  kamertje.  De  arts  kwam  binnen  en  ging  achter  zijn  bureau  zitten. Ik wist wat dat betekende. Toen de dokter was vertrokken kwam een vriend van Phil die me een zoen op de wang gaf  en zei: ‘Gecondoleerd.’ Dat woord en de plichtmatige kus leken wel een flashforward. Ik wist dat ik iets meemaakte wat nog talloze malen zou gebeuren.Iemand vroeg me of  ik Dave wilde zien om afscheid te nemen.

Dat  deed  ik  –  en  ik  wilde  niet  meer  weggaan.  Ik  dacht  dat  ik  uit  deze  nachtmerrie  zou  ontwaken  als  ik  gewoon  in  dat  kamertje  bleef  zitten en hem vasthield, als ik weigerde te vertrekken. Toen zijn broer Rob, die zelf  ook in shock was, zei dat we moesten gaan, zette  ik  een  paar  stappen  van  de  kamer  vandaan,  waarna  ik  omkeerde,  terugrende  en  Dave  zo  stevig  als  ik  kon  omhelsde.  Ten  slotte maakte Rob me liefdevol los van Daves lichaam. Marne liep met haar armen om mijn middel met me door de lange witte gang en voorkwam zo dat ik opnieuw naar dat kamertje terugrende.En zo begon de rest van mijn leven. Het was – en is nog steeds – een leven waarvoor ik nooit zou hebben gekozen, een leven waarop  ik  volstrekt  niet  was  voorbereid.  Het  onvoorstelbare.  Bij  mijn  zoon en dochter moeten gaan zitten en hun vertellen dat hun vader is overleden. Hun gegil samen met het mijne horen.

De begrafenis. Toespraakjes waarin mensen over Dave in de verleden tijd spreken. Mijn huis vol vertrouwde gezichten die een voor een naar me toe komen, de plichtmatige kus op de wang geven, gevolgd door datzelfde woordje: ‘Gecondoleerd.’

Toen  we  op  de  begraafplaats  aankwamen,  stapten  mijn  kinderen  uit  de  auto  en  lieten  zich  op  de  grond  vallen,  want  ze  waren  niet in staat om nog een stap te zetten. Ik ging op het gras liggen en hield ze vast terwijl zij huilden. Hun neven en nichten kwamen bij ons liggen, we vormden één snotterende hoop terwijl volwassen  armen  hen  tevergeefs  probeerden  te  beschermen  tegen  hun  verdriet.

Poëzie,  filosofie  en  natuurkunde  leren  ons  dat  we  tijd  niet  in  gelijke perioden ervaren. De tijd vertraagde enorm. Dag in, dag uit vulden het gehuil en de jammerkreten van mijn kinderen de lucht. Als ze niet huilden, zat ik ze angstvallig te bekijken en wachtte ik het  volgende  moment  af   waarop  zij  misschien  getroost  moesten  worden. Mijn eigen gehuil en jammerkreten – grotendeels inwendig maar een deel ervan luidkeels – vulden de rest van de beschikbare ruimte. Ik bevond me in ‘de leegte’: een enorme holte die je hart  en  longen  opvult  en  een  rem  vormt  op  je  vermogen  om  te  denken of  zelfs maar adem te halen.
Verdriet is een veeleisende metgezel. Het was er altijd, die eerste dagen,  weken  en  maanden,  niet  onder  maar  aan  de  oppervlakte.  Sudderend,  dralend,  etterend.  Opeens  stak  het  dan  de  kop  op  en schoot het door me heen, alsof  het mijn hart uit mijn lichaam zou rukken.

Die  momenten  had  ik  het  gevoel  dat  ik  de  pijn  geen  minuut meer kon verdragen, laat staan een uur. Ik zag voor me hoe Dave op de vloer van de fitnessruimte lag. Ik zag zijn gezicht in de lucht. ’s Nachts riep ik huilend in de leegte naar hem: ‘Dave, ik mis je. Waarom heb je me verlaten? Kom alsjeblieft  terug.  Ik  hou  van  je…’  Ik  viel  elke  avond  huilend  in  slaap.

’s Ochtends werd ik wakker en sloeg me daarna plichtmatig door de  dag,  en  vaak  kon  ik  niet  geloven  dat  de  wereld  bleef   draaien  zonder hem. Hoe kon iedereen verdergaan alsof  er niets was veranderd? Wisten ze het dan niet? Gewone  gebeurtenissen  veranderden  in  landmijnen.  Op  een  open avond op school liet mijn dochter me zien wat ze acht maanden  eerder  op  de  eerste  schooldag  had  opgeschreven:  ‘Ik  zit  in  groep vier. Ik ben benieuwd wat er in de toekomst gaat gebeuren.’ Het feit dat zij noch ik op het moment waarop ze dat schreef  zelfs maar kon vermoeden dat ze voor het einde van het schooljaar haar vader zou verliezen, trof  me als een mokerslag.

Groep vier. Ik keek naar haar kleine handje in de mijne, hoe ze me aankeek met haar lieve gezichtje om te zien of  ik het mooi vond wat ze had geschreven.  Ik  wankelde  en  viel  bijna;  ik  deed  alsof   ik  was  gestruikeld.  Terwijl we samen door het lokaal liepen, boog ik mijn hoofd zodat de andere ouders me niet konden aankijken om zo een complete instorting te veroorzaken.

Belangrijke dagen waren nog hartverscheurender. Dave had altijd veel werk gemaakt van de eerste schooldag en nam altijd heel veel foto’s bij het vertrek van onze kinderen. Ik probeerde het enthousiasme  op  te  brengen  om  ook  zulke  foto’s  te  maken.  Op  de  dag van het verjaardagsfeestje van mijn dochter zat ik samen met mijn moeder, mijn zus en Marne in mijn slaapkamer op de grond. Ik dacht niet dat ik naar beneden kon gaan en een feestje zou overleven, laat staan dat ik me er glimlachend doorheen kon slaan. Ik wist dat ik het moest doen voor mijn dochter. Ik wist ook dat ik het voor Dave moest doen. Maar ik wilde het mét Dave doen.
Een enkele keer zag zelfs ik ergens de humor van in. Toen ik bij de kapper zat, vertelde ik dat ik slecht sliep. Mijn kapper legde zijn schaar neer, maakte met een zwierig gebaar zijn tas open en haalde er Xanax in elke denkbare vorm en maat uit tevoorschijn. Ik sloeg zijn  aanbod  af   maar  waardeerde  het  gebaar  wel  degelijk.  Op  een  dag klaagde ik door de telefoon tegen mijn vader dat alle boeken over verdriet van die vreselijke titels hebben:
De dood is van wezenlijk belang of  Zeg er ja tegen. (Alsof  ik ook nee kon zeggen.) Terwijl we zaten te bellen kwam er een nieuwe titel in me op: Slapen in het midden  van  het  bed.

Een  andere  keer  zette  ik  op  weg  naar  huis  de  radio aan om afleiding te zoeken. Alle liedjes die ze draaiden waren vreselijk, het ene nog erger dan het andere. ‘Somebody That I Used to Know.’ Verschrikkelijk. ‘Not the End.’ Ik ben zo vrij daar anders teover te denken. ‘Forever Young.’ Deze keer niet. ‘Good Riddance (Time  of   Your  Life).’  Twee  keer  niet  waar.  Uiteindelijk  koos  ik  voor ‘Reindeer(s) Are Better than People’.
Mijn  vriend  Davis  Guggenheim  vertelde  me  dat  hij  als  documentairemaker had geleerd het verhaal de vrije loop te laten. Als hij  aan  een  project  begint  weet  hij  nog  niet  hoe  het  zal  aflopen,  want  het  moet  zich  op  zijn  eigen  manier  en  in  zijn  eigen  tempo  ontvouwen. Omdat hij dacht dat ik mijn verdriet zou proberen te beheersen, spoorde hij me aan ernaar te luisteren, het dicht bij me te houden en het op zijn beloop te laten. Hij kent me heel goed. Ik was  op  zoek  naar  manieren  om  een  einde  te  maken  aan  het  verdriet,  het  in  een  doosje  te  stoppen  en  weg  te  gooien.  De  eerste  weken  en  maanden  lukte  me  dat  niet.  Telkens  won  het  leed.  De  pijn  was  er  altijd,  zelfs  als  ik  er  rustig  en  beheerst  uitzag.  Fysiek  woonde ik een vergadering bij of  las ik mijn kinderen voor, maar met mijn hart zat ik op de vloer van die fitnessruimte.

‘Niemand  heeft  me  ooit  verteld  dat  verdriet  zo  erg  op  angst  lijkt,’  schreef   C.S.  Lewis. Er  was  continu  angst  en  het  leek  wel  alsof  het verdriet nooit zou afnemen. De golven bleven me overspoelen tot ik niet meer kon staan, niet meer mezelf  was. Op het dieptepunt van de leegte, twee weken na Daves dood, kreeg ik een brief  van een bekende, een vrouw van in de zestig. Ze schreef  dat ze me graag goede raad had gegeven, aangezien zij me voor was
gegaan op dit pad van bedroefde weduwen, maar dat kon ze niet.

Zij had haar man een paar jaar ervoor verloren, een goede vriendin van haar had haar man tien jaar eerder verloren en zij hadden geen van  beiden  het  gevoel  dat  de  pijn  in  de  loop  der  tijd  was  afgenomen. Ze schreef: ‘Hoe hard ik ook mijn best doe, ik kan niets bedenken waar je baat bij zult hebben.’ Die brief, die zij ongetwijfeld met de beste bedoelingen schreef, maakte een einde aan de hoop dat de pijn op een dag zou verdwijnen. Ik voelde hoe de leegte insloot en de jaren zich eindeloos en leeg voor me uitstrekten. Ik nam contact op met Adam Grant, psycholoog en hoogleraar aan Wharton, en ik las die verpletterende brief  aan hem voor. Dave had twee jaar ervoor Adams boek Geven en nemen gelezen en hem gevraagd een lezing te geven bij SurveyMonkey, waarvan Dave ceo was.

Die  avond  kwam  Adam  bij  ons  thuis  eten.  Hij  onderzoekt  waar mensen motivatie en zingeving vandaan halen en we hadden het  over  de  problemen  waar  vrouwen  mee  te  maken  krijgen  en  hoe Adams werk daarbij kon helpen. We begonnen samen te schrijven en raakten bevriend. Toen Dave overleed, vloog Adam van de oost- naar de westkust om de begrafenis bij te wonen. Ik bekende hem dat het mijn grootste angst was dat mijn kinderen nooit meer gelukkig  zouden  worden.  Anderen  hadden  al  geprobeerd  me  gerust te stellen met persoonlijke verhalen, maar Adam zette de feiten voor me op een rijtje: veel kinderen blijken na het verlies van een ouder verrassend veerkrachtig te zijn.

Ze hebben een gelukkige jeugd en ontpoppen zich tot goed aangepaste volwassenen. Toen  Adam  aan  mijn  stem  hoorde  hoeveel  wanhoop  die  brief had veroorzaakt, nam hij opnieuw het vliegtuig naar de westkust om  me  ervan  te  overtuigen  dat  deze  schijnbaar  eindeloze  leegte  een bodem had. Hij wilde me persoonlijk vertellen dat ik iets kon doen om het leed voor mezelf  en mijn kinderen te verzachten, ook al was verdriet onvermijdelijk. Hij vertelde dat ruim de helft van de mensen  die  een  partner  verliezen  na  een  halfjaar  het  ‘acute  verdriet’,  zoals  psychologen  dat  noemen,  achter  zich  heeft  gelaten. Adam  maakte  me  duidelijk  dat  mijn  verdriet  weliswaar  zijn  normale verloop moest hebben, maar dat mijn overtuigingen en daden konden beïnvloeden hoe snel ik de leegte kon verlaten en waar ik uit zou komen.

Ik  ken  niemand  wiens  leven  uitsluitend  over  rozen  gaat.  Ieder  van  ons  krijgt  te  maken  met  persoonlijk  leed.  Soms  zien  we  het  aankomen; andere keren worden we erdoor overrompeld. Dat kan iets  tragisch  zijn  zoals  de  acute  dood  van  een  kind,  iets  hartverscheurends zoals een relatie die op de klippen loopt of  iets teleurstellends zoals een droom die niet uitkomt. De vraag is: wat doen we nadat zoiets is gebeurd? Ik dacht dat veerkracht het vermogen om pijn te verdragen was, en daarom vroeg ik aan Adam hoe ik kon weten hoeveel ik van die kracht had. Hij legde me uit dat de omvang van je veerkracht niet vaststaat, en dat ik dus beter kon vragen hoe ik veerkrachtig kon wórden.  Veerkracht  is  de  kracht  en  snelheid  van  onze  reactie  op  tegenslagen – en die kunnen we trainen. Het heeft niets te maken met het tonen van ruggengraat. Het gaat om het versterken van de spieren rond onze ruggengraat.

Er  zijn  sinds  Daves  dood  zoveel  mensen  geweest  die  tegen  me  zeiden:  ‘Ik  kan  me  er  geen  voorstelling  van  maken.’  Ze  bedoelen  dat ze zich niet kunnen voorstellen dat het hun overkomt, ze begrijpen niet dat ik met hen sta te praten en niet ergens in elkaar gedoken op de grond lig. Ik weet nog dat ikzelf  daar net zo over dacht toen ik een collega terugzag nadat zij een kind had verloren of  een vriend die een koffie bestelde nadat hij te horen had gekregen dat hij kanker had. Toen ik aan de andere kant stond, luidde mijn antwoord: ‘Ik kan het me ook niet voorstellen, maar ik heb geen keus.’

Ik had geen andere keus dan elke dag wakker te worden. Geen andere keus dan de shock, het verdriet, het overlevendensyndroom te doorstaan. Geen andere keus dan te proberen vooruit te komen en een goede moeder te zijn. Geen andere keus dan proberen me te concentreren op mijn werk en een goede collega te zijn. Verlies, verdriet en teleurstelling zijn zeer persoonlijk. We zitten allemaal in unieke omstandigheden en reageren er allemaal anders op. Dat neemt niet weg dat de vriendelijkheid en moed van mensen die hun ervaringen met me deelden, mij hebben geholpen om de mijne te verwerken. Sommige mensen die hun hart bij me uitstortten, zijn mijn beste vrienden. Anderen zijn wildvreemden die kennis en advies publiekelijk aanreikten, af  en toe zelfs in boeken met  vreselijke  titels.  En  Adam:  geduldig  en  er  vast  van  overtuigd  dat het weer licht zou worden, maar dat ik daar mijn eigen steentje aan zou moeten bijdragen. Dat ik zelfs na de schokkendste tragedie uit mijn leven invloed kon uitoefenen op de impact ervan.

In dit boek willen Adam en ik met je delen wat we te weten zijn gekomen over veerkracht. We hebben het samen geschreven, maar voor de eenvoud en duidelijkheid wordt het verhaal verteld door mij  (Sheryl)  en  wordt  naar  Adam  in  de  derde  persoon  verwezen.  We beweren niet dat hoop elke dag wint van pijn. Dat is niet zo. We  pretenderen  niet  persoonlijk  elk  soort  verlies  en  tegenslag  te  hebben  ervaren.  Dat  is  niet  zo.  Er  bestaat  geen  correcte  of   geeigende manier om te rouwen of  uitdagingen het hoofd te bieden en  we  hebben  dan  ook  geen  volmaakte  antwoorden.

Er  bestaan  geen volmaakte antwoorden. We weten ook dat niet elk verhaal gelukkig afloopt. Tegenover elk hoopvol voorbeeld dat we vertellen, staan andere waarvan de omstandigheden  zo  erg  waren  dat  ze  ondraaglijk  waren.  Herstel  begint niet voor iedereen op dezelfde manier. Oorlogen, geweld en wijdverbreid  seksisme  en  racisme  decimeren  levens  en  gemeenschappen. Discriminatie, ziekte en armoede veroorzaken en verergeren tragedies. De treurige waarheid is dat tegenslagen niet gelijk verdeeld zijn over de mensen; gemarginaliseerde en niet-geprivilegieerde groepen hebben het zwaarder en ondergaan meer leed.

Hoe traumatisch de ervaring voor ons gezin ook is geweest, ik ben me er terdege van bewust dat wij bevoorrechte mensen zijn, aangezien wij heel veel steun krijgen van familie, vrienden en collega’s en wij over financiële middelen beschikken die maar weinig mensen hebben. Ook besef  ik dat we door te praten over het vinden  van  kracht  ondanks  persoonlijk  leed,  nog  niet  ontslagen  zijn  van de verantwoordelijkheid om ons best te doen leed in de eerste plaats te voorkomen. Wat we in onze gemeenschap en onze bedrijven doen – het beleid dat we voeren, de manier waarop we elkaar helpen – kan ervoor zorgen dat minder mensen lijden. Maar hoe goed we ook ons best doen om tegenslagen, ongelijkheid  en  trauma’s  te  voorkomen,  ze  doen  zich  toch  voor  en  we moeten  ermee  leren  omgaan.  Om  voor  veranderingen  in  de  toekomst te strijden, moeten we nu werken aan veerkracht.

Psychologen hebben onderzocht hoe mensen moeten herstellen en terugveren na een breed scala aan tegenslagen – van verlies, afwijzing en scheiding tot verwondingen en ziekten, van werkgerelateerde mislukkingen  tot  persoonlijke  teleurstellingen.  Adam  en  ik  hebben  niet alleen al die studies gelezen, maar ook individuen en groepen opgezocht die alledaagse en uitzonderlijke moeilijkheden te boven zijn gekomen. Hun verhalen veranderden onze kijk op veerkracht.
Dit boek gaat over het vermogen van de mens om door te bijten. We bekijken de stappen die je kunt zetten om zowel jezelf  als anderen te helpen. We onderzoeken de psychologische kant van herstel  en  hoe  moeilijk  het  is  om  zelfvertrouwen  en  vreugde  te  herontdekken. We bekijken hoe je over tragedies kunt praten en hoe je  vrienden  in  geestelijke  nood  kunt  troosten.  En  we  bespreken  wat ervoor nodig is om veerkrachtige gemeenschappen en bedrijven te vormen, om sterke kinderen groot te brengen en om weer lief  te hebben.

Inmiddels  weet  ik  dat  je  posttraumatische  groei  kunt  ervaren.  Mensen  kunnen  in  de  nasleep  van  de  vreselijkste  klappen  meer  kracht  en  een  diepere  betekenis  ontdekken.  Ik  denk  ook  dat  het  mogelijk is om prétraumatische groei te ervaren – dat je geen tragedie hoeft te ondergaan om je veerkracht te versterken voor alles wat er op je pad komt.

Ik heb mijn eigen reis nog maar voor een deel afgelegd. De mist van het acute leed is opgetrokken, maar het verdriet en het verlangen naar Dave zijn er nog. Ik tast nog steeds in het rond en ben veel van de lessen uit dit boek nog aan het leren. Zoals zoveel mensen die een tragedie hebben meegemaakt, hoop ik dat ik voor betekenis en zelfs vreugde kan kiezen – en anderen kan helpen hetzelfde te doen. Als  ik  terugkijk  op  de  zwartste  momenten  zie  ik  nu  in  dat  er  zelfs toen al hoopvolle aanwijzingen waren. Een vriend bracht me in herinnering wat ik tegen mijn kinderen zei toen ze instortten op de  begraafplaats:  ‘Dit  is  het  op  een-na-ergste  moment  van  ons  leven.  We  hebben  het  ergste  overleefd  en  we  zullen  ook  dit  moment overleven. Vanaf  nu kan het alleen maar beter worden.’

Toen zong ik een liedje dat ik me uit mijn kindertijd herinnerde, ‘Oseh Shalom’,  een  gebed  om  vrede.  Ik  kan  me  niet  herinneren  dat  ik  bewust begon te zingen of  waarom ik juist dat liedje zong. Later kwam ik erachter dat het de laatste regel is van de kaddisj, het joodse  rouwgebed,  wat  misschien  verklaart  waarom  het  spontaan  in  me  opkwam.  Al  snel  zongen  alle  volwassenen  mee,  de  kinderen  volgden en ze huilden niet meer. Op de verjaardag van mijn dochter  kwam  ik  uiteindelijk  toch  overeind  en  sloeg  ik  me  met  een  glimlach door haar feestje heen, waar ik tot mijn ontsteltenis zag dat zij het reuze naar haar zin had.

Een  paar  weken  nadat  ik  Dave  had  verloren,  sprak  ik  met  Phil  over een vader-kindactiviteit. We bedachten een plannetje om iemand Daves plek te laten innemen. Ik zei huilend tegen Phil: ‘Maar ik wil Dave.’ Hij sloeg zijn arm om me heen en zei: ‘Optie A is niet beschikbaar, dus gaan we nu met hart en ziel voor optie B.’

Het leven is nooit perfect. We leven allemaal een soort optie B. Dit boek is om ons te helpen er met hart en ziel voor te gaan.

Over Jeroen L

Eén van de oprichters van LekkerLezen.net. In het dagelijks leven actief als bedrijfskundige/docent, 's avonds het liefst met de neus in een goed boek!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *