Voorproefje en winactie “Doodsvonnis” – Vince Flynn

Binnenkort verschijnt bij uitgeverij Karakter de nieuwste van Vince Flynn. Flynn is bij ons geen onbekende. Zijn boeken over de strijd tussen een geheim agent Rapp en de terroristische groepering van het moment scoren bij ons veelal rond de 8/10. Om te vieren dat binnenkort “Doodvonnis” gaat verschijnen, hebben we een leuke dubbele actie voor je.

Om te beginnen hebben we de hand weten te leggen op het eerste hoofdstuk van dit boek. Dat biedt een mooie gelegenheid om te kijken of dit boek (Onder het label “Meer boeken voor mannen”) iets voor jou is.

Win het boek

Ten tweede: op Facebook staat een post waarin we dit artikel bekendmaken. Like en deel die post om kans te maken op één van de drie boeken die we mogen weggeven. Elke like levert je één lootje op. Elke share levert je nóg een lootje op. Geen zin om te wachten? Dan kun je het boek ook direct via onderstaande button aanschaffen:

Voorspel

Centraal-Siberië

Grisja Azarov verliet de hoofdweg en sloeg een willekeurig pad in. Hij liep door wat ooit een van de vele bloeiende olie-industriesteden van Rusland was geweest. De satellietfoto’s die hem waren toegestuurdwaren achterhaald geweest. Ze toonden een welvaart en een bedrijvigheid die zo volledig waren verdwenen dat het moeilijk te geloven was dat ze er ooit waren geweest.

Houten gebouwen die betere tijden hadden gekend leunden links en rechts van hem tegen elkaar aan. De verf was afgebladderd en ze zaten vol roetvlekken. De meeste waren verlaten. Gordijnen, nat van de regen die pas gevallen was, wapperden uit de gebroken ramen en sloegen hoorbaar tegen de sponningen. De bevolking van dit ene stadje was met meer dan tachtig procent afgenomen, toen door de daling van de olieprijzen de winning van olie niet meer winstgevend was. De beste arbeiders waren elders aan de slag gegaan, in velden die nog wat opbrachten. Veel anderen waren naar huis teruggekeerd of op zoek gegaan naar kansen buiten de energiesector. De mannen die waren gebleven – en die hij af en toe passeerde in de smalle straat – waren degenen die nergens heen konden. Ze zaten gevangen in deze godvergeten uithoek van Siberië en kampten met steeds groter wordende armoede, alcoholisme en drugsverslaving.
Als de winterse kou inviel, zouden sommigen eindelijk verder trekken. Anderen zouden sterven.

Ondanks het toenemende verval was de Russische oligarch die hij hier zou ontmoeten – een meervoudig miljardair – gebleven. Hij was opgegroeid in stadjes als dit en zijn vader was in de Sovjetperiode bij een mijnongeluk om het leven gekomen, slechts een paar honderd kilometer hiervandaan. Dmitri Oetkin deed zijn uiterste best om de legende van zijn armoedige achtergrond in stand te houden. Hij droeg de gerafelde werkkleding die de Russische massa’s nog altijd bewonderden en deed geen moeite de letterlijke en figuurlijke littekens die een jeugd van harde lichamelijke arbeid had achtergelaten te verbergen. En dat arbeidersimago combineerde hij heel behendig met een mooie vrouw, Italiaanse sportauto’s en horloges die meer waard waren dan sommigen van zijn landgenoten in hun hele leven verdienden. Ze vonden het allemaal prachtig. Hij schiep de illusie dat het pad naar grootsheid dat Rusland ooit had uitgezet nog altijd kon worden bewandeld. Dat ook zij uit de ellende konden opklimmen en zijn niveau konden bereiken.

Azarov sloeg een modderig paadje in en vertraagde zijn pas toen hij de rand van het stadje naderde. Op de foto’s van boven was een desoriënterende verandering te zien geweest van grijs en zwart in groen en wit. Hij had niet verwacht dat de werkelijkheid hierbeneden zo heftig zou zijn. De overgang had niet sterker kunnen zijn. Het weelderige landhuis was bijna tien jaar geleden voltooid en rees nu op achter hoge bomen die door van het leger geleende transporthelikopters het land in waren gebracht. Geruchten gingen dat het gebouw bijna honderd kamers telde. Volgens de bouwplattegronden die Azarov ter hand waren gesteld waren het er zelfs nog meer.
Honderdzes om precies te zijn.

Foto’s van de gevel waren verrassend moeilijk te vinden, dus Azarov bleef staan om hem door de wuivende bladeren van de geïmporteerde landschapstuin eens goed te bekijken. Het was typisch een smakeloze poging om het verleden te doen herleven. Om de lang geleden gestorven koningen met wie mannen als Oetkin zoveel verwantschap voelden naar de kroon te steken.
Er kwamen beveiligers in beweging toen hij naderbij kwam. Ze leken in verwarring en dat was niet zo gek. Hij was precies op tijd, maar ze hadden te horen gekregen dat ze moesten uitkijken naar een man in een duur Europees pak in een nog duurdere Europese auto. In plaats daarvan was Azarov lopend en droeg hij een oude spijkerbroek, werkschoenen en de dikke wollen jas die mensen in deze streek graag aanhadden.

‘Wat wil je?’ zei een man in een smetteloos uniform. Hij hield zijn hand op de AK-103 die tegen zijn borst zat gegespt. ‘Je weet toch dat dit verboden terrein is voor arbeiders.’
Er was blijkbaar een grens aan hoe intiem Oetkin wilde zijn met de mensen wiens geschiedenis hij zei te delen. ‘Ik heb een afspraak.’

De irritatie op het gezicht van de man veranderde in voorzichtigheid. Hij greep zijn wapen iets steviger vast. ‘Ben jij Grisja?’ Azarov knikte en onmiddellijk stonden er vijf beveiligers om hem heen, afkomstig uit de speciale eenheden van Rusland. Een van hen haalde een metaaldetector langs hem en gebaarde, zodra gebleken was dat hij geen wapens bij zich had, dat hij hem moest volgen. Ze liepen bij het huis weg, terug in de richting van de stad. Twee gewapende mannen volgden hen.

Het was niet heel erg verrassend dat de ontmoeting niet in Oetkins huis zou plaatsvinden. De miljardair dacht waarschijnlijk dat Azarov zich had voorbereid en het huis kende. Hij wilde zijn bezoeker uit zijn evenwicht brengen. Een intelligente voorzorgsmaatregel, genomen door een intelligente man. Uiteindelijk zou het allemaal weinig uitmaken. Ze liepen terug door een van de modderige straatjes. Armoedige mannen schoten steegjes en leegstaande gebouwen in om ze niet voor de voeten te lopen. Ze stopten bij een roestige deur, waarop de naam stond gekrast van wat vroeger een vooraanstaande Russische oliemaatschappij was geweest. Ze stapten naar binnen en Azarov werd een stoel gewezen – het enige voorwerp dat in de entree was overgebleven. De muren waren kaal en de luxueuze vloerbedekking zat nu vol vlekken en slijtplekken.

Een van de beveiligers verdween door een deur achterin. De andere twee hielden hun ogen gericht op Azarov. Natuurlijk, de man voor wie hij was gekomen zou hem laten wachten. Zo herinnerde hij hem aan zijn ondergeschikte positie. Zo ging het altijd. Volgens de informatie die hij had gekregen had Dmitri Oetkin weinig onderwijs genoten. Hij was aan het eind van de Sovjetperiode niet meer geweest dan een kleine crimineel, maar wel een met een uitzonderlijk scherpe geest. Hij had onmiddellijk de kansen gezien die de val van de Berlijnse Muur hem boden en was een van de eerste aanhangers van Boris Jeltsin geweest. Toen Jeltsins macht toenam en hij Ruslands rijkdommen begon uit te delen aan de mannen die hem trouw waren geweest, had Dmitri Oetkin vooraan gestaan. De toelagen, belastingvoordelen en regeringscontracten die hij ontving waren honderden miljoenen Amerikaanse dollars waard geweest en Oetkin had dat startkapitaal omgezet in een wereldwijd energie-imperium. Zijn toenemende macht en invloed binnen Rusland waren de reden van Azarovs komst.

Een magere man met grijzend haar en getinte brillenglazen verscheen in de deuropening en haastte zich naar hem toe. Mikhail Zjestakov was de ceo van Oetkins belangrijkste holding – een man van begin veertig, zonder banden met het verleden van corruptie en georganiseerde misdaad van de Sovjettijd. Hij was een competent en eerlijk zakenman, in ieder geval gezien door de bril van de Russische commercie.
‘Het spijt me dat ik u heb laten wachten,’ zei hij met uitgestoken hand. ‘Dmitri kan u nu ontvangen.’
Azarov stond op en volgde hem door een duistere gang. De twee voormalige leden van de speciale eenheden liepen vlak achter hen. De gang leidde naar wat vroeger een prachtig buitenkantoor was geweest, maar dat nu naar het hol van een of ander dier rook. De hele achterwand bestond uit matglas. Er zat slechts één deur in van hetzelfde ondoorzichtige materiaal.

Ze gingen erdoorheen en hij bevond zich in een enorm kantoor dat alleen voor deze ontmoeting opgeknapt leek te zijn. Het stof en het vuil waren verdwenen en de lampen aan het plafond zetten de hele ruimte in een fel licht. Het meubilair was nog steeds schaars, maar tegen de achterwand stond een groot bureau. Azarov negeerde de man die erachter zat eerst. Hij nam de details
van zijn nieuwe omgeving goed in zich op. Er waren geen ramen, en de soldaten met wie hij was binnengekomen, stelden zich onmiddellijk op in de hoeken achter hem. De derde ging in de hoek links voor hem staan. Zjestakov trok zich terug in de enige overgebleven hoek. Hij was er steeds zenuwachtiger uit gaan zien.

Uit Zjestakovs achtergrond en zijn gedrag bleek duidelijk dat hij geen bedreiging vormde, dus Azarov schrapte zijn aanwezigheid uit zijn hoofd en wierp een korte blik over zijn schouder. In de matglazen wand zat een horizontale barst, ongeveer een meter boven de grond, die over vrijwel de gehele lengte liep. De deur leek niet te zijn afgesloten, maar was te groot en te zwaar om snel te openen.
‘Ik had begrepen dat dit een gesprek onder vier ogen zou zijn,’ zei Azarov toen hij zich eindelijk tot Oetkin richtte.
‘Dit zijn mijn trouwste medewerkers. Ik vertrouw ze mijn leven toe. Dat zou ik wat jou betreft niet willen zeggen, soldaat Filipov.’
Die naam had Azarov jarenlang niet gehoord en hij deed geen moeite zijn verwondering te verbergen.
‘Natuurlijk weet ik wie je bent,’ zei Oetkin. ‘Een straatarme nul uit een plaats waar niemand ooit van gehoord heeft. Een mislukte atleet en een soldaat die maar zo kort in dienst was dat hij er niets van heeft meegekregen. Een loopjongen die ver van huis is. Je kunt maar beter goed beseffen wie er voor je training heeft betaald, jongen.
Onthoud wie het mogelijk heeft gemaakt dat je bent wie je nu bent.’
Zijn woorden waren overdreven, maar bevatten wel een kern van waarheid. Azarov werkte wel voor de Russische president, maar het was onmogelijk om de leden van de regering te onderscheiden van de oligarchen die optraden als de adel van het land. Rusland was een wirwar van politieke bureaucratie, georganiseerde misdaad en onvervalst kapitalisme. De enorme geldbedragen die door mannen als Oetkin werden gegenereerd, werden mogelijk gemaakt door de vriendjespolitiek van de regering. En die vriendjespolitiek werd betaald door een uitvoerig systeem van omkoperij en bescherming, gecontroleerd door president Maxim Vladimirovisj Kroepin.

‘Waarom heeft Kroepin een van zijn mannetjes hierheen gestuurd?’ vroeg Oetkin. Hij keek even naar zijn beveiligers. ‘En waarom jou, Grisja? Moet ik nu bang zijn?’
Het was een uitstekende vraag. Hij kon heel overtuigend zijn, maar Azarov was geen onderhandelaar. Hij was een probleemoplosser. ‘U hebt u openlijk uitgesproken tegen de president en ontmoetingen gehad met bannelingen in Londen. U begrijpt dat dit de president zorgen baart.’
‘Bannelingen,’ herhaalde Oetkin. ‘Een mooi woord.’

Azarov knikte vaag. De mannen die hij bedoelde hadden de fout gemaakt Kroepin te mishagen. Daarom had de fsb, de Federale Veiligheidsdienst, hen beschuldigd van corruptie en belastingontduiking, waarna ze het land hadden moeten ontvluchten met weinig meer dan de kleren die ze aanhadden. Na hun vertrek waren hun holdings opgesplitst en verdeeld onder mannen die zich trouwer hadden betoond. Het was een regeling die gebruikmaakte van de hebzucht van de overgebleven oligarchen. Ze werkte al tientallen jaren. Aan die eenvoudige
tijden kwam nu echter een eind. De Russische economie stond op instorten, en dat maakte de machtige elite juist sterker. Oetkin voorop. Hij bezat, meer nog dan de anderen, de neus van een roofdier en het vermogen zwakte te ruiken en er gebruik van te maken.

‘Ben je hier om mij tot een van hen te maken, Grisja? Om mij weg te jagen naar het Westen? Om alles waarvoor ik gewerkt heb van mij af te nemen?’ Hij schudde zijn hoofd. ‘De wereld is veranderd, beste kerel. Ik heb belangen die veel verder reiken dan Kroepins snel slinkende invloedssfeer.’
‘Ik denk dat u het doel van mijn bezoek verkeerd begrijpt.’
Oetkin negeerde hem. Hij was net lekker op dreef. ‘Rusland verdrinkt in zijn eigen vuil, Grisja. Het is een gesloten systeem, dat uitsluitend op corruptie is gebouwd, op dreigementen en op het ontdoen van het land van zijn natuurlijke grondstoffen. Geen ander land zal Kroepins wensen aangaande mijn lot respecteren. Ik zal een miljardair in Monaco zijn, geen armoedzaaier. Hij denkt misschien dat zijn macht nog altijd zo ver rijkt, maar dat is niet zo.’
‘Mag ik u eraan herinneren dat corruptie en het ontdoen van het land van zijn natuurlijke grondstoffen u aan uw grote rijkdom hebben geholpen? U hebt uw aanspraken op mineralen en energie niet gekocht. Ze zijn u geschonken.’
‘Maar niet door Kroepin. Door een van zijn allang overleden voorgangers.’
Oetkin maakte een vaag handgebaar door zijn kantoor. ‘En nu worden mijn bezittingen mij langzaam afgenomen. Moedertje Rusland kan het niet meer opbrengen.
Azarov dacht aan het rijke herenhuis dat aan de rand van het stadje stond. ‘Toch lijkt u nog in goeden doen te verkeren.’
‘Hoelang nog, Grisja? Vertel me dat eens. Overal in het land zijn stakingen aan de gang. Onderwijzers, zorgpersoneel, de lagere ambtenarij, ze lopen allemaal weg omdat ze niet betaald worden. De olieprijzen zijn ingestort vanwege de olie van de Amerikanen en de Saoedi’s die de markt overstroomt. En alsof dat niet genoeg is, heb ik ook nog eens last van de economische sancties als gevolg van Kroepins militaire acties. De roebel is zo onbetrouwbaar geworden dat mijn vrouw niet eens meer haar geliefde juwelen en schoenen kan kopen bij die Franse klootzakken. Ik kan mijn bedrijf net zo goed naar Nigeria verplaatsen.’
‘Ik heb begrepen dat het weer daar in deze tijd van het jaar heel mooi is.’

Oetkin glimlachte, maar verder reageerde hij niet. Alle oligarchen hadden dezelfde klachten, maar Oetkin ging met zijn bezwaren net iets te ver. Hij had de schuld van Ruslands problemen
openlijk in Maxim Kroepins schoenen geschoven. Vervolgens had hij een cheque uitgeschreven waarmee hij de ambtenaren in de plaatsen waar zijn bedrijven de scepter zwaaiden hun achterstallige loon betaalde. Het idee dat dit een daad van goede wil was, was belachelijk. Hij bezat geen goede wil. Het was eerder zijn eerste stap in de politieke arena – een nauwelijks verhuld dreigement aan het adres van Azarovs baas.

Oetkin legde zijn voeten op een lade die uit zijn bureau geschoven was. ‘Ik wil dat je mijn positie begrijpt, zodat je die goed kunt terugkoppelen, Grisja. Rusland kan mij geen donder schelen. Maar het feit dat het slecht gaat met het land brengt mijn bedrijf in de problemen. Ik begrijp heel goed dat dalende olieprijzen niet door ons kunnen worden beïnvloed, maar Kroepins slechte leiding van het land wel. De regering van Rusland is niets meer dan een middel geworden om de macht en de rijkdom van één man te vergroten.’
‘Een man die wordt gesteund door drieëntachtig procent van de bevolking.’
‘Maar dat was ooit negentig procent,’ reageerde Oetkin. ‘De schapen blijven volgzaam tot ze hongerig worden, Grisja. Als de verschillen tussen de heersende klasse en de boeren te groot worden, heeft dat gevolgen. Kijk naar onze geschiedenis. De bolsjewieken slachtten de aristocratie af en wij zaten opgescheept met meer dan een halve eeuw communisme. En nu hebben we deze…’
‘Ik ben hier om u te zeggen dat de president weer aan macht wint.’
Oetkin deed geen moeite zijn scepsis te verbergen. ‘Al die stakingen zouden vijf jaar geleden nooit van de grond zijn gekomen, Grisja. Niemand zou dat hebben aangedurfd. En de moord op Kroepins linkse tegenstander vorige maand is een blijk van wanhoop. Ik neem aan dat dat jouw werk was?’

Dat was niet zo. De moord was een eenvoudige klus geweest. Niet iets waarvoor zijn talenten nodig waren.
‘De wereld kijkt toe, Grisja, en wij beginnen langzamerhand te lijken op een derdewereldland.’
Azarov kon zich daar wel in vinden, maar het was niet zijn plaats om over Kroepins beleid te oordelen. Hij moest alleen maar doen wat hem gezegd werd.
‘Er zijn wat problemen geweest, maar die zullen spoedig zijn opgelost. De president is heel zeker van zijn zaak.’
Oetkin lachte hem ronduit uit. ‘Ben je daarom gestuurd? Om dezelfde nietszeggende geruststellingen te herhalen? Geweldig! Vertel me dan alsjeblieft hoe Kroepin van plan is mijn belangen te beschermen. Ik ben een en al oor.’
‘Ik ken de details niet,’ gaf Azarov toe.

Eerlijk gezegd wist hij helemaal niets van Kroepins plan. Hij wist niet eens of er wel een plan bestond.
‘Altijd de onderdanige dienaar die geen vragen stelt, hè, Grisja?’ Het sarcasme op Oetkins gezicht maakte plaats voor een welwillende glimlach. ‘Misschien moet je voor mij komen werken. Dat zou een stuk beter zijn dan dit.’
‘De president is ervan overtuigd dat u blij zult zijn met de resultaten van zijn programma.’
Oetkins glimlach verdween van zijn gezicht. ‘En toch stuurt hij jou. Waarom? Als hij zo overtuigd is van zijn economisch beleid, waarom belt hij me dan niet om erover te praten? Vanwaar de onhandige poging mij te intimideren?’
‘Nogmaals, dat is niet mijn bedoeling.’
Het was niet gek dat Oetkin niet overtuigd was. ‘Kroepin is in stilte troepen en materieel aan het verzamelen aan de grens met Letland, Grisja. Komt er weer een militaire actie die niets anders doet dan ons geld opslokken en misschien wel uitloopt op een confrontatie met de Amerikanen? Is dat zijn plan?’
Azarov vroeg zich precies hetzelfde af. Veel Russen hadden het gevoel dat de afgescheiden staten van hen waren gestolen tijdens de val van de Sovjet-Unie. Het tonen van spierballen in de vorm van militaire operaties – de enige spierballen die Rusland nog bezat – appelleerde aan hun nationalisme.
‘Mensen beginnen met een heldere blik naar hun levensomstandigheden te kijken, Grisja. Het zwaaien met vlaggen en militair vertoon zal ze niet veel langer in het gareel houden. Is dit hoe het met Rusland afloopt? Met de wanhopige poging van één man om koste wat het kost de macht te behouden?’

De hypocrisie van de oligarchen ging al heel snel vervelen. Net als Kroepin was Oetkin in feite alleen geïnteresseerd in zijn eigen macht. Als hij op de positie van Kroepin had gezeten, had hij niet anders gehandeld. Het was tijd om een eind te maken aan deze ontmoeting en naar huis te gaan. Azarov vond het naarmate de jaren vorderden steeds onplezieriger om in Rusland te zijn. Er hing een duisternis in zijn land die elke keer als hij de grens passeerde dieper in hem doordrong.

‘Kan ik de president zeggen dat hij op uw steun kan rekenen?’
Oetkin gaf geen antwoord en Azarov hield zijn ogen op hem gericht, hoewel hij zijn aandacht eigenlijk op zijn omgeving had gevestigd. De ex-soldaat links van hem had zijn jasje open en hield zijn armen gekruist voor zijn borst, zijn hand dicht bij zijn schouderholster. Er waren geen ramen, zelfs geen ingelijste foto’s waarin Azarov de situatie achter hem zou kunnen observeren. Hij kon alleen maar aannemen dat de andere twee mannen net zo op scherp stonden.

‘Zeg tegen Kroepin dat hij mijn steun krijgt als hij met resultaten komt. Tot het zover is bescherm ik mijn eigen belangen. Net als hij.’
Oetkin pakte het document dat op zijn bureau had gelegen op en begon te doen alsof hij las. Het gesprek was voorbij. Azarov knikte onderdanig, draaide zich om en begon naar de deur
te lopen. Zijn tactische positie was onmiddellijk verbeterd. Er was nu nog maar één man achter hem en de glazen wand spiegelde, hoewel hij van matglas was, genoeg om een vaag silhouet te tonen. Noch de man achter hem, noch de man rechts voor hem had zijn wapen getrokken. De man die links voor hem stond had een gedempte AR-15 voor zijn borst hangen. Een intimiderend en indrukwekkend wapen, maar niet een dat je snel in gereedheid bracht. Zijn pistool zat in een holster op zijn heup, op zijn plaats gehouden met klittenband, wat het trekken ervan zou vertragen.

Azarov vergaf hun hun zorgeloosheid. Dit was geen slagveld en ze stonden met zijn drieën tegenover één ongewapende tegenstander. In een dergelijke situatie was je al snel iets té zeker van jezelf. De man links stapte voor hem langs om de deur open te doen en Azarov schopte terloops tegen de achterkant van zijn voet, waardoor die van opzij tegen zijn andere been aan kwam. De man struikelde en klemde zijn handen instinctief om zijn wapen in plaats van ze uit te strekken om zijn val tegen de muur te breken. Toen zijn hoofd op gelijke hoogte was met de lange barst in het glas, greep Azarov hem bij zijn riem en duwde hem met kracht naar voren. Het plan was dat het glas zou breken en hij er met zijn hoofd door zou schieten, maar het materiaal was niet voldoende gebarsten. In plaats van aan een fatale hoofdwond dood te bloeden landde hij voorover, op zijn gezicht, verdwaasd door de klap op zijn hoofd.

Azarov draaide bliksemsnel rond en landde ruggelings op de man. Zijn wapen zat tussen hen in geklemd. In het korte moment dat nodig was om het pistool uit de holster van de beveiliger los te maken, analyseerde Azarov zijn situatie vliegensvlug. De man die nu links van hem was had een pistool in zijn hand en zijn vinger sloot zich al om de trekker. Gezien de positie van de
loop zou het eerste salvo echter ruim over Azarovs hoofd gaan en het herladen zou hem even tijd geven, voordat een meer gericht schot kon worden afgevuurd. Mikhail Zjestakov lag met zijn gezicht omlaag op de grond, met zijn armen beschermend om zijn hoofd geslagen, zoals had kunnen worden verwacht. Oetkin graaide onhandig naar een lade die ongetwijfeld een wapen bevatte waarmee hij nooit iets moeilijkers had gedaan dan een vastgebonden gevangene executeren.

De soldaat aan de andere kant van de ruimte was een ander verhaal. Hij draaide zijn wapen behendig in Azarovs richting. Er was geen angst of paniek in zijn ogen te lezen, alleen berekening. Binnen een tiende van een seconde zou hij vuren en hij zou zijn doel raken. Hij had geen tijd om het pistool voor hem te krijgen, dus Azarov vuurde vanuit een onhandige positie bij zijn heup. Het salvo kwam iets lager uit dan hij bedoeld had en raakte de man net onder en rechts van zijn neus. Slordig, maar toch doeltreffend genoeg om de inhoud van zijn hoofd over de doodsbange Dmitri Oetkin te laten spuiten.

De man links van Azarov schoot. De kogel ging, zoals verwacht, hoog over. Nu was Azarov in staat om zijn arm helemaal uit te strekken en zijn schot raakte de beveiliger midden tussen de ogen.
Azarov drukte het pistool in de rug van de man onder hem en gebruikte het om zich op te drukken terwijl hij één keer vuurde. Even later stond hij rechtop, met het wapen op Oetkin gericht.
De oligarch van middelbare leeftijd wilde net een oud Makarovpistool vastpakken, maar hij bevroor op het moment dat het de lade verliet. Ongevraagd liet hij het wapen vallen en liep achteruit,
zijn handen in de lucht. ‘Je maakt je reputatie wel waar, Grisja.’

Hij was niet dom, en ook geen lafaard. Hij wist wat er ging komen en zou rechtop sterven. Azarov gaf daar ook de voorkeur aan. Er was iets aan het doden van een lafaard wat hij onsmakelijk vond.
‘Het spijt me dat ons gesprek zo moet eindigen.’
Kroepin had hem opgedragen de man in de buik te schieten en dan een langdurige redevoering af te steken over de nutteloosheid van verzet, maar Azarov vond dat zinloos en respectloos. Hij schoot één kogel in zijn voorhoofd, gevolgd door een salvo in de buik, voor het geval Kroepin ooit de moeite zou nemen de politieverslagen te bekijken.

Toen legde hij het pistool op het bureau en liep naar Zjestakov om hem overeind te helpen. De ogen van de zakenman waren wijd opengesperd en vol tranen en hij struikelde achteruit tot hij tegen de muur stootte.
‘Dmitri’s imperium is tijdelijk het jouwe,’ zei Azarov. Hij streek zijn jas glad en keek of er geen bloedvlekken op zaten. ‘Jij regelt de ontmanteling en de verdeling onder andere oligarchen. Vervolgens neem je een verantwoordelijke taak op je in een van hun organisaties. Is dat acceptabel?’
Hij knikte zwijgend.
‘De president wil dat je begrijpt dat hij jou niet de schuld geeft van Oetkins gedrag en bewondering heeft voor jouw zakelijk inzicht.’ Azarov wachtte niet op een tweede aarzelend knikje. Hij draaide zich om en stapte op weg naar de deur over een van de lijken heen.

Eenmaal buiten haalde hij zijn telefoon uit zijn zak en koos een nummer.
‘Mag ik aannemen dat Dmitri niet meewerkte?’ De stem van Maxim Kroepin.
‘Ja.’
‘En dat je de zaak hebt afgehandeld?’
‘Ja.’
‘Je hebt de situatie nog sneller aangepakt dan ik had verwacht. Ik dacht dat die etterbak je urenlang aan je kop zou zeuren over corruptie en de val van Rusland.’
‘Mag ik vragen naar de status van de Mitch Rapp-operatie?’ vroeg Azarov. Hij ging liever op een ander onderwerp over. Het had weinig zin om het nog over Dmitri Oetkin te hebben. Hij vormde niet langer een bedreiging. En dat gold niet voor de Amerikaanse cia-agent. ‘Een zeldzame fout van jouw kant, Grisja. Alles verloopt zonder problemen. De verkenning en de voorbereidingen zijn voltooid en het ziet ernaar uit dat het geen moeite zal kosten om die vrouw te pakken te krijgen.’
‘Ik ben blij dat ik het bij het verkeerde eind had,’ zei hij zonder het te menen. Hij voelde weer de lichte misselijkheid die altijd bij hem opkwam als Rapps naam ter sprake kwam. Azarov was niet betrokken bij Kroepins Pakistan-operatie of bij zijn plannen om te voorkomen dat Rapp tussenbeide kwam. En dat hield hij liever zo. Tenminste voorlopig.

‘Zeg eens,’ zei Kroepin, die blijkbaar niet wilde dat zijn ondergeschikte de leiding nam in het gesprek. ‘Heeft Dmitri gesmeekt?’
‘Ja,’ loog Azarov.
‘De man was een zwijn,’ zei hij en hij klonk tevreden, zoals te verwachten was. ‘Hij gaf geen steek om Moedertje Rusland.’
‘En toch was hij een machtig man bij wie de oligarchen leiding zochten.’
‘Wat wil je daarmee zeggen?’
‘U hebt hem niet verbannen. U hebt hem gedood. Bent u er zeker van dat het verdelen van zijn rijkdommen onder de anderen genoeg is om ze tevreden te stellen? Er is een verschil tussen intimidatie en angst. Dat laatste kan mensen onvoorspelbaar maken.’
‘Hij is afgemaakt als het beest dat hij was. Ze hadden geen andere afloop kunnen verwachten.’
‘Zeker, meneer.’

Kroepin was altijd wantrouwig geweest, maar de Arabische Lente had die eigenschap uitvergroot tot die gevaarlijk was geworden. Hij had gezien hoe dictators die vastere grond onder hun voeten hadden dan hij werden verdreven en vermoord en dat had hem paranoïde gemaakt. Geen fout was te klein, geen speler te onbelangrijk om aan zijn aandacht te ontsnappen. Ze werden allemaal afgestraft met dezelfde meedogenloosheid.

Azarov vroeg zich af of hij met Oetkin eindelijk zijn hand had overspeeld. Of hij deze keer een vuurtje had aangestoken dat niet meer kon worden gedoofd.

5 reacties

  1. Wauw wat spannend ik doe heel graag mee.
    Ik wil dit prachtige boek graag lezen!

  2. ik zou het boek erg graag lezen

  3. Anneliese de Waal

    Heel nieuwsgierig naar het boek, zou het boek heel graag willen lezen !!.

    Groetjes Anneliese

  4. Wow wat een leuke actie! Ik doe graag mee! Ben erg benieuwd naar het boek!

  5. lijkt mij een spannend boek, ik doe graag mee.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *