Wat is Kunst? – Lev Tolstoi

Titel:  Wat is Kunst?
Auteur:  Lev Tolstoi
Uitgever:  Athenaeum-Polak & Van Gennep
ISBN:  978 90 253 021 46

“Wat is kunst” is feitelijk een essay, waarin Lev Tolstoi beschrijft wat volgens hem echte kunst is, dat hij ziet als een onontbeerlijk communicatiemiddel voor de mensheid. Hij maakt een onderscheid tussen echte kunst (het vertolken van gevoelens en emoties) en surrogaatkunst (enkel ter amusement). Dit tweede type is echter in grote getalen te vinden en wordt als kunst gezien vanwege het polyinterpretabele begrip van dit woord. Tolstoi beweert dat “we”massaal de weg kwijt zijn en met name de moderne kunst ziet hij als ‘hoerige’ kunst. Met “we” verwijst hij naar zijn tijdgenoten in 1897.

Maar ook nu geven zijn argumenten en gedachten een interessant perspectief. Om deze reden heeft uitgeverij Athenaeum – Polak & van Gennep het boek in de vertaling van Hans Boland met voorwoord van Arnon Grünberg uitgegeven. Vertaler Hans Boland heeft knap werk verricht door de soms  filosofische beschouwing duidelijk en goed leesbaar te vertalen. Het is geen lichte kost, maar zeker interessant in de huidige tijdsgeest rondom de actuele cultuurdiscussie.

In het boek “Natasja’s dans” van Orlando Figes wordt een belangrijk kader geschetst om te begrijpen wat de rol van kunst was in Tolstoi ’s tijdperk. Hieronder twee citaten uit dit boek die wat inzicht geven in de omstandigheden en rol die Tolstoi binnen zijn samenleving had en waarom hij zich ook druk maakt over het onderwerp: wat is kunst? “ Gedurende de afgelopen tweehonderd jaar heeft kunst er [in Rusland], bij gebrek aan een parlement of vrije pers, dienst gedaan als arena voor het politieke, filosofische en religieuze debat (p.16).” en “Nergens anders was de kunstenaar zozeer belast met de taak van moreel leiderschap en nationaal zienerschap, en nergens anders werd hij door de staat meer gevreesd en vervolgd (p.17).”

De hoofstukken in “Wat is kunst?” zijn genummerd, maar tegelijkertijd zijn ze allen afgebakend naar een enkel onderwerp. De belangrijkste hierin zijn: het offer, de betekenis van schoonheid,  surrogaatkunst en de echte kenmerken van ware kunst. Hieronder worden korte samenvattingen naar eigen interpretatie gegeven om een beter inzicht te geven in de inhoud en ontwikkeling van het essay.

Het offer

Tolstoi begint zijn betoog met de stelling dat ter bevrediging van de noden van de kunst er een onaanvaardbare aanspraak gemaakt wordt op nuttige arbeid. Hij vertaalt dit naar een offer van de hardwerkende man en stelt aan de kaak dat subsidies voor kunst en cultuur, die veel geld opslokken (ten kosten van bijvoorbeeld onderwijs), onvoldoende of zelfs geen vruchten afwerpen en daarom onverantwoord zijn: is kunst wel een gewichtige zaak die deze ‘ongelijkheid’ rechtvaardigt? Tolstoi staat bekend om zijn sympathie voor het gewone volk en de (onderdrukte) arbeider. Het ‘onrechtvaardigheids’ offer wordt  geschetst in de volgende passage: “twee heren in colbert…verantwoordelijk voor de toneelregie en het ballet… tegen een hoger maandsalaris dan het jaarloon van 10 arbeiders (p.21).” Waarbij hij zich met name kwaad maakt over het feit dat kunst  een hele sector rondom het genot (een hobby van een kleine elitaire kring) aan het werk houdt (schrijver en uitgever; acteur en impresario; schilder en galeriehouder) en afhoud van het verrichten van nuttige arbeid in de techniek, maak- en voedselindustrie; ofwel de basis van de piramide van Maslow. Hiermee zet Tolstoi zich sterk af tegen de in die tijd in zwang geraakte ‘decadente’ stroming van I’art pour l’art. Hij stelt de lezer de vraag: “Wat maakt kunst belangrijk en noodzakelijk genoeg om er zo onnoemelijk veel voor over te hebben: arbeid, mensenlevens en zelfs het geweten? (p.28)”

Schoonheid

Als algemeen argument wordt in relatie tot kunst vaak het oogmerk van streven naar schoonheid aangehaald. De manifestatie van de zintuigen in de gewaarwording van schoonheid.  Kunst is, volgens Tolstoi, een uiting van privé genot geworden vanaf het moment dat het geloof in het christendom als basis was verdwenen. Toen is kunst losgekomen van het volk en zich enkel gaan richten op een kleine elite die als nieuwe maatstaaf voor ‘het geloof in de kunsten’ een eigen heilige drie-eenheid creëerde: schoon, waar en goed. Tolstoi geeft uitgebreide en historische analyse over deze eveneens polyinterpretabele begrippen aan de hand van verschillende theorieën van esthetici. Hij concludeert dat de esthetische kenmerken  geen juist criteria zijn omdat de termen verschillend en ongelijkwaardig zijn en allen die deze methode hebben vertaald in hun werk zijn feitelijk afgedwaald van ware kunst. Schoon, waar en goed zijn persoonlijke subjectieve esthetische kenmerken.

Surrogaatkunst

Tolstoi stoort zich aan poespas en tierelantijntjes die hij als decadent omschrijft en in de meeste werken van gerenommeerde meesters tegenkomt. Kunst moet tijdloos zijn zonder opsmuk en tijdgeboden uitweidingen die vaak kunstmatig en gekunsteld zijn. Voorbeeld hiervan vindt hij Baudelaire en Verlaine : “een verzameling vergelijkingen en woorden waar niets van klopt, onder het mom van sfeer creëren (p.105)”.  In zijn ogen, slaan de meesten de plank mis, worden ze gedreven door commercieel gewin en stellen hun creativiteit ten diensten van de geld & roem waardoor ze bijdragen aan de verloedering van kunst. Als voorbeeld haalt hij de thematiek uit de ‘hedendaagse’ literatuur aan, waar trot/s hoogmoed/ ijdelheid, geslachtsdrift/ seksualiteit/ overspel en lusteloosheid de boventoon voeren.  Tolstoi vertelt: “Overspel vormt het meest geliefde, zo niet het enige thema van alle romans die tegenwoordig het licht zien. Een toneelstuk is geen toneelstuk als er geen van onder dan wel van boven ontblote vrouwen in voorkomen, onder welk voorwendsel dan ook. Romances en liederen gaan allemaal over de wellust, nu eens meer, dan weer minder dichterlijk verwoord …(p.95)”. Opvallend is dat gelijke sentimenten immer nog de drijfveren vormen voor kunst. In de ruim honderd jaar na zijn schrijven is hierin weinig veranderd. Opgemerkt dient te worden dat Tolstoi er een vrij puristisch standpunt bij had en hij waarschuwt voor het verwarren van amusement met kunst. Met de ‘professionalisering’ van de kunst en het ontstaan van kunstenaar als beroep, is de oprechtheid verloren gegaan.

Tolstoi heeft vier pseudokwaliteiten van kunst beschreven waaraan je de surrogaat-, pseudo-, schijn- of namaakkunst kunt herkennen:
1)    Ontlenen: herinneringen losmaken in plaats van authentieke emoties vertolken
2)    Imiteren: hang naar alledaags en het ’net echt’ maken
3)    Effect sorteren: prikkeling van lichamelijk genot vaak door contrasten te schetsen
4)    Onderhoudend zijn: enkel ten doel hebben om te amuseren

Tegelijkertijd geeft Tolstoi aan dat de kunstenaar er zelf weinig aan kan doen wanneer hij vervalt in deze pseudokwaliteiten. Hij wordt opgeleid door de kunstacademies in het zich eigen maken van het kopiëren in plaats van zijn ‘kinderlijk oprechte’ blik te verwoorden. Om deze rede heeft Tolstoi ook kritiek op zijn eigen werk, waarin hij een ‘geperverteerde’ smaak ziet omdat ook hij slachtoffer was van zijn opvoeding. Enkel  zijn korte verhaal ‘God ziet de waarheid’ en ‘De krijgsgevangene van de Kaukasus’ ziet hij als echte kunst, waarmee hij het befaamde “Oorlog en Vrede” en “Anna Karenina” voor zichzelf uit de literatuurkast schrapt.

Ware kunst

Het ultieme doel van kunst is hoogstaande en zuiver menselijke emoties vertolken die tot ontroering leiden. Het unieke van kunst zou moeten zijn: “dat zij voor iedereen zonder onderscheid des persoons verstaanbaar is en aan emoties appelleert die voor iedereen [ongeacht welke milieu of nationaliteit] herkenbaar zijn (pp.117).” Een hoofddefinitie die Tolstoi hanteert is dat kunst staat of valt bij de creatie van (nieuwe) emoties; een bijdrage levert aan de gevoelswereld van de toeschouwer. “Ontroerd te worden door de gevoelens van een ander, blijdschap te voelen om blijdschap van een ander, verdriet te hebben om het verdriet van een ander, te versmelten met de ziel van een ander (p.161).” Van de kunstenaar vraagt dit dat de gevoelens diep doorleefd zijn, dat er een verlangen is om zijn innerlijke met de medemens te delen en dat er een gave voor één van de kunsten is. Samenvattend leidt dit tot drie componenten om te kunnen oordelen over de waarde van individuele kunstwerken:
1)    Bijzonderheid van het vertolkte gevoel
2)    Helderheid van de uitdrukking
3)    Oprechtheid

Gezamenlijk leiden deze ertoe dat de lezer, kijker of luisteraar wordt meegesleept in de gevoelens van de kunstenaar.
Tolstoi levert het bewijs dat kunst een tijdloos onderwerp van debat is. Zoals er in het geloof eeuwig gesproken wordt over goed en kwaad, zo is er rondom kunst altijd de vraag om argumentatie rondom  “schoonheid”, “betekenis” en “toegevoegde waarde”. Kortom, dit boek zet je aan tot denken en is daarom een aanrader voor een ieder die (niet) onverschillig staat tegenover kunst.
Terugkomend op de vraag of het geoorloofd is om zoveel middelen aan kunst te besteden? Het  antwoord van Tolstoi is duidelijk nee. Maar wat is uw oordeel?

Waardering: 8/10


Lees “Wat is Kunst” zelf!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *