Elk schot en treffer, de 10 dodelijkste sluipschutters van WO II – diverse schrijvers

Titel: Elk schot een treffer, de 10 dodelijkste sluipschutters van WO II
Auteur: diverse auteurs
Uitgever: Karakter
ISBN: 978 90 452 0890 9

Bij Karakter houden ze wel van boeken over de Tweede Wereldoorlog. Na “Heldhaftige missies in WO II” van Peter Jacobs is “Elk schot een treffer” het tweede boek over deze periode dat ik lees.

In dit boek staan een tiental sluipschutters centraal. Sluipschutters van beide kampen. Duitser, Rus, Engelsman of Amerikaan, het maakt niet uit voor welke vlag ze streden, in dit boek gaat het om de erkenning die deze eenzame strijders lang niet kregen. “Sluipschuttters werden lange tijd gezien als koelbloedige moordenaars die anderen om het leven brachten zonder dat van henzelf te riskeren”; deze openingszin van de achterflap geeft al aan dat snipers nu niet bepaald een goede reputatie hadden.

En dat terwijl de mannen vaak dagenlang onopgemerkt konden blijven, en onder moeilijk omstandigheden hun specialisme moesten uitoefenen. Specialisten waren het, met een uitzonderlijke training.

Doordat ze vaak met de nek werden aangekeken, hielden de sluipschutters uit WO II (voor zover ze de oorlog overleefden, natuurlijk) hun mond dicht over hun ervaring op het slagveld. Onterecht, vinden de diverse schrijvers van dit boek; en dus worden hun verhalen op papier gebracht.

In tegenstelling tot het eerdere boek is dit boek niet geschreven door één auteur, maar door een groter aantal. 10 Hoofdstukken, 10 schrijvers. En toch leest het boek als één geheel, wat verraadt dat er de nodige redactionele tijd in dit boek is gestoken. Het verwonderlijke is dat boek leest als een roman. En toch zit er veel overlap in de verhalen. De meeste sluipschutters kwamen van het platteland, waar ze al jagend hun schietvaardigheden trainden en het land leerden lezen. Deze achtergrond komt bijna overal terug. En inderdaad staat in sommige hoofdstukken ongeveer hetzelfde als in eerdere. En toch voelt dit niet repetitief aan.

Dat verbaasde me enigszins, want wanneer je 10 keer een verhaal vertelt, waarin dingen overeen komen, kan het weleens saai worden. Bij “Heldhaftige missies in WO II” schreef ik zelfs letterlijk: “Want als je dit boek in een ruk door wilt lezen, begint op te vallen dat het taalgebruik wat repetitief is. Niet alleen gebruikt (de schrijver) sommige woorden wel heel vaak, maar ook voor de structuur van zijn zinnen put hij uit een wat beperkt reservoir. Zelfs de hoofdstukken vertonen duidelijke overeenkomsten, waardoor je soms het gevoel krijgt dat alleen de namen en locaties uniek zijn, maar dat hij dezelfde format voor elke missie had kunnen gebruiken.” (Bron).

Waar het verschil hem in zit? Mogelijk dat het komt doordat “Elk schot een treffer” gaat over mensen. En doordat ons verteld wordt waar ze vandaan komen, gaan ze leven. Dat is toch anders dan de wat afstandelijkere beschrijvingen van de diverse missies. Een beetje zoals het verschil tussen een sluipschutter en een infanterist. De sluipschutter ziet zijn doel individueel en vuurt gericht, terwijl de infanterist op afstand schiet en hoopt wat te raken. Zo ook zien wij de sluipschutter door een telescoopvizier en bezagen we de missies van een afstandje.

Dit boek geeft de sluipschutters de eer die hen toekomt. Ongeacht voor welke kant ze streden.

Waardering: 8/10


Lees “Elk schot een treffer” zelf!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *