Karkas – Femke Schavemaker

Titel: Karkas
Auteur: Femke Schavemaker
Uitgever: Nijgh&Van Ditmar
ISBN: 978 90 388 0145 2

Karkas” is een van de meest intense boeken die ik ooit gelezen heb. Het kruipt onder je huid, het neemt bezit van je. Tijdens het lezen bemerkte ik hoe mijn ademhaling oppervlakkiger en sneller werd en mijn hart een beetje sneller ging kloppen. Niet vanwege de gebeurtenissen in het boek, maar vanwege de enorm treffende en overtuigende manier waarop Femke Schavemaker haar hoofdpersoon Nora neerzet.

We leren Nora kennen als ze nog een onzekere puber is, die langzaam maar zeker ontdekt dat ze “er niet echt bij hoort“. Als ze een flat ziet, bedenkt ze of het een goede plek is om vanaf te springen. Maar dat kan niet, want een of andere reiziger heeft haar hand gelezen, en ontdekt dat ze een profeet is. Ze voelt zich leeg, kan zich enkel identificeren met muziek en heeft een ongezonde drive om haar Exit-list af te maken. Het concept “Exit-list” was mij onbekend, dus het duurde een tijdje tot ik doorhad dat dit de muziekselectie is die op haar uitvaart gespeeld moet worden. Zelf heb ik rond mijn 12e-13e een periode gehad dat ik het leven niet meer zag zitten. Het zal dan ook niet verbazen dat dit stuk bij mij enorm hard binnenkwam. Een stuk herkenning, die de gevoelens van toen deels terugbracht. En ik vroeg me af of iemand zo écht kan schrijven zonder zelf door zo een periode te zijn gegaan. Mijn medelijden met Nora was letterlijk mede-lijden. Tegelijkertijd maakte ik me wat zorgen over Schavemaker.

Nora gaat studeren. De ene na de andere studie. Nederlands, Filosofie, noem maar op. En bij elke studie valt ze uit de toon. Ze stelt geïnteresseerde vragen, maar jaagt daarmee haar studiegenoten van zich weg. Haar leefwereld staat te ver van de leefwereld van anderen.

Vervolgens zien we Nora een paar jaar later. Ze is inmiddels niet meer zo slank als vroeger (althans, niet in haar ogen) en is gediagnosticeerd als Manisch-Depressief. Ze moet aan de Lithium en wekelijks therapie volgen. Maar de Lithium bevalt Nora niet. Het doet precies wat de artsen willen: het haalt de pieken en dalen uit de emoties. Maar daarmee wordt het leven vlak en gaat ze als een zombie door het leven. Dit lijden is van een heel andere orde dan het lijden in het eerste deel. En hoewel ik dit lijden niet uit ervaring ken, voelt het nu wel als iets waar ikzelf doorheen ben gegaan. Door het schrijven in de ik-vorm, door de korte zinnen, door de goede dosering van toenemende waanzin lees ik niet over Nora; ik bén Nora. Dan komt het moment dat ze besluit te stoppen met de Lithium. Helaas betekent dat ook een einde aan de therapie, maar Nora heeft voor zichzelf een streng regime opgesteld, met allerlei regeltjes waaraan ze zich moet houden.

En daarmee komen we in de derde fase van het boek. Nora die volgens haar regeltjes leeft. Elke dag stipt op tijd naar bed. Elke ochtend de handelingen in dezelfde volgorde. Eén peuk aan het einde van de dag, één kop koffie. Shoppen maar tot een bepaald bedrag, anders mag ze de dag erna iets niet. Enzovoort. Op de een of andere manier krijgt ze weer werk, en maakt ze de ene promotie na de andere. Ondertussen vraagt ze zich continue af wanneer ze door de mand valt. Obsessief gebruik van regeltjes doet me denken aan OCD, het door-de-mand-vallen doet denken aan het Imposter Syndrome.

Nora gaat in dit ene boek dus door een heleboel DSM-IV diagnoses heen. Het begint nog redelijk onschuldig als subcultuurtje (Alto), maar glijdt door naar suicidale gedachten, Manisch-Depressiviteit, OCD en Imposter Syndrome.

En elk van deze fases zet Schavemaker neer alsof ze het uit de eerste hand kent. Zelfs de meest warrige gedachtegangen worden geloofwaardig. Nora zit in mijn hoofd en ik krijg haar er niet uit. Hoe moet dat nu verder met haar?

Tenslotte is daar het laatste hoofdstuk. Helemaal geschreven vanuit het brein waarmee ratio-Nora de fysieke Nora opdrachten geeft om het ene stapje na het andere te zetten. In de voorgaande hoofdstukken komt er af en toe zo een kort zinnetje voor. Iets in de trant van “Gun jezelf de tijd”, advies dat ze zichzelf geeft. Maar nu een heel hoofdstuk op die manier. Het heeft iets dreigends. Iets duisters. Iets onvoorspelbaars.

Bij elk van deze nieuwe richtingen die Nora inslaat voel ik een zekere onrust. Ik maak me zorgen. Steeds meer. Om Nora, maar meer nog om Femke. Zou het wel goed gaan met deze schrijfster? Had iemand bij Uitgeverij Nijgh&Van Ditmar niet aan de bel moeten trekken en Schavemaker richting de GGZ moeten sturen? Ik had me niet gedacht me zo een zorgen te kunnen maken om iemand die ik nooit gezien heb. Maar na de laatste bladzijde komt een verlossend bericht. Want op de achterflap staat dat Femke Schavemaker in de reclamewereld succesvol is en meerdere awards heeft gewonen. Maar…. “minder bekend is dat zij kampt met een bipolaire stoornis. Daarover schreef ze haar debuutroman Karkas.” Gelukkig. Men is zich ervan bewust. Zij zelf waarschijnlijk ook. Logisch, anders zou ze dit boek niet hebben kunnen schrijven.

Wordt “Karkas” door dit feit nu geloofwaardiger? Krachtiger? Nee, niet echt. Maar dat is omdat het boek zónder die kennis al zo enorm krachtig is. “Karkas” zou wat mij betreft mogen toetreden tot de Canon der Nederlandse literatuur (je weet wel, de befaamde Lijst). Zodat jonge mensen dit boek al op jonge leeftijd lezen en daardoor wat begrip krijgen voor hen die wat meer moeite hebben met het leven. De herkenning dat ze niet de enige zijn met existentiële vragen zal jongeren door de puberteit helpen. Vragen beantwoorden. Inzichten gunnen.

Het boek is uit. Maar het laat me niet meer los…

Waardering: 10/10


Lees “Karkas” zelf!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *