De Boekendokter – Thomas Blondeau en Roderik Six

Titel: De Boekendokter
Auteur: Thomas Blondeau & Roderik Six
Uitgever: De Bezige Bij
ISBN: 978 90 234 8688 6

Literatuur is goed voor de mens. Maar waarom wordt het dan niet bewust ingezet om mensen te helpen? Thomas Blondeau kwam voor de Vlaamse Boekenbeurs op het idee om als Boekendokter zitting te nemen. Met spreekkamer en al, hoorde hij zijn patiënten aan, om hen vervolgens een specifiek boek als medicijn voor te schrijven. Briljant idee. Ook online had hij een praktijk waar hij mensen hielp.

Het overlijden van de Boekendokter kwam voor veel mensen als een schok. Niet in de laatste plaats voor Roderik Six, die met dit boek het ultieme eerbetoon aan zijn overleden vriend wil brengen. Dit blijkt al meteen bij het voorwoord (voor de gelegenheid omgedoopt naar “Voorschrift”. Dit stuk kun je wat mij betreft beter overslaan. Dit stuk, waarin Six uiting geeft aan zijn rouwgevoelens is vele malen zwaarder dan de rest van het boek. Mijn advies: leest eerst de rest, zodat je de herinnering van het leven hebt, alvorens dit in memorial te lezen.

“De Boekendokter” bevat een aantal “consulten”. Korte stukjes, columns, waarin Blondeau -op basis van een imponerend brede literatuurkennis- een bepaalde kwaal aanpakt. Nu gebeurt dat wel vaker, dat een uitgever een verzameling columns pakt, er een kaftje omheen doet en het een boek noemt. Alleen is het aantal columns dat in “De Boekendokter” is opgenomen te klein om echt een boek te kunnen vormen.

Entrez Roderik Six. Hij beschrijft hoe hij door de Boekendokter werd aangesteld als assistent. Hij moest de agenda beheren en de boekhouding doen. Dit verhaal is leuk, maar af en toe verwarrend. Want hoewel hij duidelijk is in de tijdsaanduiding (het begin van dit millenium), zitten er een aantal elementen in die niet in onze tijd passen. Neem bijvoorbeeld de gaslantaarns die ergens hun opwachting maken.

Het taalgebruik in “De Boekendokter” is magistraal. Maar dat kun je verwachten, van een tweetal Vlamingen. Want niemand beheerst de Nederlandse taal zo goed als onze Zuiderburen. Ook bevat het leuke kwinkslagen, zoals een kleine sneer naar de uitgever: “Het bijenlogootje van zijn uitgeverij: een angel in mijn oog. Als mijn roman af raakte – heel binnenkort nu- zou ik hem nooit toevertrouwen aan die talentblinde dames en heren die al zijn leugens voor waar aannamen” (p.27). Of wat zelfspot: “Zijn onaards lichtblauwe ogen, waar je in kon verdrinken – een goede romanschrijver zou dergelijk uitgekauwd cliché nooit op schrift durven stellen, maar in zijn geval was het waar”(p.55)

Het boek is herkenbaar. Althans, de manier waarop de hoofdpersoon de Amsterdamse drukte ervaart komt mij bijzonder bekend voor. En het bevat een paar scherpe observaties over onze tijd. Soms is het ronduit cynisch: “Hoop is een ongeneeslijk vertrouwen in de onwerkelijkheid en dient al in de kiem gesmoord te worden”(p.87).

“De Boekendokter” is een mooi eerbetoon geworden. De doktersvoorschriften zijn met scherpe pen opgesteld (en doen sommige van onze recensent sidderen in bewondering) en het verhaal rondom de dokterspraktijk is een mooi staaltje mythe-bouwen. En het taalgebruik, ik zij het eerder, is subliem!

Waardering: 8/10


Lees “De Boekendokter” zelf!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *